Kamerbrief positie SW-bedrijven

Staatssecretaris Van Ark informeert de Tweede op verzoek en op initiatief van het lid Gijs van Dijk (PvdA) over de zorgen die worden geuit over de positie van de sociale werkbedrijven.

Met deze brief wil ik voldoen aan het verzoek van uw Kamer op initiatief van het lid Gijs van Dijk (PvdA) zoals gedaan in het ordedebat van 22 mei 2019, waarin zorgen worden geuit over de positie van de sociale werkbedrijven.

Veranderende rol sociale werkbedrijven
De weg naar een inclusieve arbeidsmarkt waar iedereen kansen krijgt om mee te doen bevindt zich voor een groot deel in een transitiefase. Daarin is ook een cruciale rol weggelegd voor de sociale ontwikkelbedrijven, zoals de sociale werkbedrijven veelal worden genoemd. Deze naamsverandering geeft ook precies aan waar de herstructurering over gaat. De sociale werkbedrijven in de oorspronkelijke beperkte vorm bestaan vrijwel niet meer en zijn grotendeels getransformeerd naar brede sociale ontwikkelbedrijven of sociale ondernemingen. Deze hebben de infrastructuur, de kennis en kunde die nodig is om mensen met een arbeidsbeperking aan werk te helpen. Daarnaast beschikken deze bedrijven over een uitgebreid werkgeversnetwerk. Sociale ontwikkelbedrijven hebben over het algemeen ook veel kennis en kunde in huis om de activerende gesprekken met mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt te voeren. Uit het onderzoek “klant in beeld” van de Beleidsonderzoekers in 2018 blijkt dat de ervaring van sociale ontwikkelbedrijven daartoe toegevoegde waarde heeft waarbij het sociale ontwikkelbedrijf ook behulpzaam kan zijn in de vervolgstappen.

De uitvoering van de Participatiewet is gedecentraliseerd naar gemeenten. Gemeenten hebben beleidsvrijheid bij de wijze waarop zij het aan de slag helpen van mensen met een arbeidsbeperking organiseren. In ons democratisch stelsel is de gemeenteraad het gremium waarin het College van burgemeester en wethouders verantwoording afleggen. Interventie van mij als staatssecretaris op het niveau van een individuele gemeente is slechts aan de orde als gemeenten besluiten nemen in strijd met de wet.

Gemeenten kunnen de infrastructuur van de sociale ontwikkelbedrijven goed gebruiken om bijvoorbeeld nieuwe beschut werkplekken te organiseren, of om mensen uit de brede doelgroep van de Participatiewet toe te leiden naar een plek bij een reguliere werkgever. In de praktijk blijkt dat dit op heel veel plekken in het land ook gebeurt. Slechts een zeer gering aantal sociale ontwikkelbedrijven voeren nog uitsluitend de Wsw uit. Volgens informatie van Cedris levert meer dan 90% van de sociale ontwikkelbedrijven een bijdrage aan de uitvoering van (onderdelen van) de Participatiewet. En biedt inmiddels bijna 70% een detacheringsfaciliteit aan. Voor de plaatsingen in nieuw beschut werk wordt door vrijwel alle gemeenten een beroep gedaan op de sociale ontwikkelbedrijven.

In de afgelopen jaren hebben verschillende wijzigingen plaatsgevonden in de uitvoering van de sociale werkvoorziening. Sociale werkbedrijven vormen zich om tot toekomstbestendige bedrijven met verschillende organisatievormen. Gemeenten kiezen soms voor een gehele of gedeelte fusie met de gemeentelijke sociale dienst van het werk- en/of inkomensonderdeel. Bij een andere keuze treden gemeenten uit een Gemeenschappelijke Regeling (GR), maar blijven zij via een inkooprelatie wel diensten van het sociaal ontwikkelbedrijf afnemen.`Hoe de organisatie ook vorm krijgt, mensen die conform de Wsw werken, behouden hun rechten. Hun belang, meedoen in aangepast werk, blijft voorop staan.

De afgelopen jaren zijn vele bekende namen verdwenen, maar ook veel nieuwe namen verschenen. Sallcon (Deventer) werd bijvoorbeeld Konnekted, Breed (Nijmegen) werd Werkbedrijf Rijk van Nijmegen, Atlant-groep (Helmond) werd Senzer, Felua (Apeldoorn) werd Lucrato, Wedeo (Doetinchem) werd Laborijn, de bedrijven Dukdalf (Maassluis), TBV (Vlaardingen) en BGS (Schiedam) vormden het nieuwe werkbedrijf Stroomopwaarts en in Alphen aan de Rijn is het sociale werkbedrijf SWA omgedoopt tot Rijnvicus. Recent veranderde !GO uit Oosterhout nog in Midzuid.

Ik interpreteer deze veranderingen als noodzakelijk om de Participatiewet op een goede wijze uit te kunnen voeren en zie dit niet als sluiting of afbraak van sociale werkbedrijven, maar als omvorming tot nieuwe organisaties. Daar bestaat mijns inziens ook niet één model voor, maar kunnen verschillende keuzes worden gemaakt. Soms zijn deze keuzes gericht op een verbetering van de bedrijfsvoering en daarmee op het verbeteren van de financiële prestaties, waarbij het gewenste ondersteuningsaanbod beschikbaar blijft. Het is belangrijk dat gemeenten daar ook aandacht voor hebben.

Ik heb geen informatie dat er mensen uit de sociale werkvoorziening in deze transities hun dienstverband zijn kwijtgeraakt. Gemeenten zijn verantwoordelijk om alle wettelijke rechten en plichten van sw-werknemers te garanderen en nemen die taak serieus.

Ondersteuning bij hervorming
Uw Kamer heeft er meermaals aandacht voor gevraagd dat de opgedane kennis en expertise van de sociale ontwikkelbedrijven behouden blijft voor de brede doelgroep van de Participatiewet. Via een motie Kerstens is in 2015 30 miljoen euro beschikbaar gekomen om de herstructurering van de sociale werkbedrijven te faciliteren.

Uit de evaluatie van de besteding van de middelen uit de motie Kerstens bleek dat deze een belangrijke impuls hebben gegeven aan het transformeren en innoveren van de sw-sector. Door het versterken van de samenwerking in de regio, het bieden van dienstverlening aan nieuwe doelgroepen en het verder optimaliseren van de bedrijfsvoering, is invulling gegeven aan een toekomstgerichte ontwikkeling van de sector.

Op basis van een follow up van deze evaluatie is afgelopen jaar door Cedris met steun van mijn ministerie geïnventariseerd welke goede voorbeelden er op de diverse thema’s zijn. Een overzicht van vijftig goede voorbeelden is vastgelegd in een speciaal magazine, dat op donderdag 13 juni is gepubliceerd (zie bijlage). Dit magazine is de uitkomst van een traject “gluren bij de buren” waarin een aantal regionale leerbijeenkomsten met veel van de sociale ontwikkelbedrijven over innovaties en goede samenwerkingsvormen is gesproken.Doel van de communicatie via dit magazine is om de goede voorbeelden zoals op diverse bijeenkomsten besproken op deze wijze door het gehele land te delen.

Het delen van good practices en nieuwe kennis helpt gemeenten en sociale ontwikkelbedrijven toekomstgerichte keuzes te maken die nodig zijn om een (kennis)infrastructuur en de noodzakelijke instrumenten aan te bieden die passen bij de brede doelgroep van de Participatiewet.

De SER heeft in 2016 zes functionaliteiten benoemd die beschikbaar zouden moeten zijn in de sociale infrastructuur van de arbeidsmarktregio voor de kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt, waaronder de detacheringsfaciliteit. In het voorjaar van 2019 is de verkenning naar de detacheringsfaciliteiten gestart. De resultaten worden in de tweede helft 2019 verwacht en bieden gelegenheid om deze thema’s nader te agenderen in de context van de evaluatie van de Participatiewet en invulling te geven aan eerder ingediende moties.

Ik wil daartoe in samenspraak met gemeenten, stakeholders en deskundigen bezien welke mogelijkheden er zijn om de regionale ondersteuning van werkzoekenden en werkgevers verder te verbeteren. De SER heeft aangeboden hier een dialoogsessie over te organiseren. Op deze wijze kunnen we de expertise van de sociale werkbedrijven blijven inzetten en zo een inclusieve arbeidsmarkt dichterbij brengen.

de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

  1. van Ark

Font Resize