PLAATSING ARBEIDSBEPERKTEN VAAK NIET DUURZAAM

Het aantal duurzame plaatsingen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in het doelgroepenregister is beperkt. Tegenover het aantal mensen dat werk vindt, staat een substantieel deel dat zijn werk weer kwijtraakt. Dat blijkt uit de Factsheet banenafspraak arbeidsmarktregio van het UWV over het derde kwartaal van 2016.

Tijdelijke contracten

Uit de grafiek met het verloop van werkzame en niet-werkzame personen tussen het tweede en derde kwartaal 2016 blijkt dat 76.868 mensen van de 81.618 werkenden uit het tweede kwartaal hun werk hebben behouden. In het derde kwartaal vonden 6045 arbeidsbeperkten werk, maar 4089 verloren in die periode hun baan. Vaak is dus geen sprake van duurzame plaatsingen en blijft per saldo van de banenafspraak weinig over. Het lijkt erop dat werkgevers vaker kiezen voor tijdelijke contracten, zodat ze vaker aanspraak kunnen maken op plaatsingsvoordelen, zoals gratis proefplaatsingen, loonkostensubsidie en de no-riskpolis. Een oorzaak kan ook liggen in dat mensen uit het doelgroepenregister moeilijk te handhaven of inzetbaar zijn op de werkplek. Aanvankelijk enthousiaste werkgevers schrikken van de (multi-)problematiek van de doelgroep, waardoor bijvoorbeeld Wajongers weer snel uitvallen. Mensen uit de bijstand of WW zijn na een jaar vaker dan arbeidsbeperkten nog aan het werk. Feit is dat de groei afvlakt en niet alle regio’s de targets van de Werkkamer lijken te zullen halen.

Meer banen
Vorige maand verscheen al de regionale trendrapportage banenafspraak over het derde kwartaal van 2016. Daar ligt de nadruk op het aantal extra gecreëerde banen volgens de definitie van de banenafspraak. De factsheet zoomt vooral in op het verloop van het aantal werkzame personen. In het doelgroepenregister (mensen met een wsw-indicatie en/of WIW/ID-baan, Wajongers en de doelgroep Participatiewet) bevinden zich in het derde kwartaal 238.276 personen. Dat zijn 5459 (2 procent) minder mensen dan in het vorige kwartaal. Een reden voor zorg, naast de grote uitval van arbeidsbeperkten is dat het aantal dat direct beschikbaar is voor de arbeidsmarkt lijkt af te nemen. Het aantal banen volgens de banenafspraak bedroeg 94.860, een toename van 26 procent ten opzichte van de nulmeting van eind 2012 en een toename van 2 procent ten opzichte van het vorige kwartaal. Vorige maand werd al geconstateerd dat de groei minder groot is.

Meer Wajongers vinden baan

Het aantal daadwerkelijk werkzame personen bedroeg 83.698: 35 procent van het totaal aantal personen in het doelgroepenregister, een toename van 3 procent ten opzichte van het vorige kwartaal. Er kwamen zodoende 2080 werkzame personen bij en die kwamen vooral uit de doelgroep Participatiewet (1379). Ook 1000 Wajongers vonden werk. Daarmee hebben ruim 8000 Wajongers meer werk dan eind 2012, waarschijnlijk een gevolg van de herkeuringen op arbeidsvermogen van het UWV en de daaropvolgende begeleiding bij het vinden van werk. Het aantal werkzame personen met een Wsw-indicatie (38.873) nam af met 299. Ten opzichte van het derde kwartaal van 2015 nam het aantal zelfs af met 2070. Ten tijde van de nulmeting 2012 was het aantal werkzame personen met een Wsw-indicatie nog 36.524. In het derde kwartaal van 2016 is van die groep 92 procent werkzaam, van de Wajongers 22 procent en van de doelgroep Participatiewet 26 procent.

G4 blijft achter

Het beperkte aantal duurzame plaatsingen is vooral goed zichtbaar in de cijfers over de G4. Het aantal personen dat werk vindt ten opzichte van het tweede kwartaal van 2016 is in Groot-Amsterdam 324, maar het aantal dat zijn werk verliest is 272. De totale groei is dus maar 52 extra banen, maar het aantal plaatsingen is veel hoger. Je zou kunnen stellen dat je in Amsterdam zes arbeidsbeperkten moet plaatsen om één extra duurzame plaatsing te creëren. In arbeidsmarktregio Haaglanden is het saldo 63 (236 vinden werk, 173 verliezen werk) en in Midden-Utrecht 60 (233 vs 173). De regio Rijnmond heeft een positiever saldo (249). Daar vonden 594 mensen werk en raakten 345 werk kwijt. Wat ook opvalt in de G4-cijfers is dat het aantal werkzame personen uitgesplitst naar categorie in het doelgroepenregister ten opzichte van het landelijke gemiddelde aardig overeenkomt tussen Amsterdam, Rotterdam en Utrecht. Haaglanden heeft een veel lager aantal werkzame personen met een Wsw-indicatie (69 procent ten opzichte van 92 procent landelijk).