Blinde afluisteraar: 'Je moet kunnen meeleven met doelwit'

Marc van der Bij over zijn werk als tapmedewerker bij de politie

De visueel gehandicapte Marc van der Bij (44) luisterde zeventien jaar gesprekken af als tapmedewerker bij de politie. Omdat hij nu ook steeds dover wordt, stopt hij ermee.

John Schoorl   8 februari 2017, 02:00

Marc van der Bij: 'Straattaal is moeilijker te volgen, omdat ik de feeling mis.' ©Marcel van den Bergh

 

 

Ben je als blinde een betere afluisteraar?

'Nee, dat vind ik niet.'

Maar is het een voordeel?

'Dat dachten ze bij de politie wel. Ik heb natuurlijk geen nee gezegd, toen het ter sprake kwam, ik wilde een baan. Maar ik had geen idee wat me te wachten stond.'

Van der Bij begon in Zeist in 1999 bij het Landelijk Recherche Team (LRT) met een groot onderzoek in een verdovendemiddelenzaak, samen met een andere visueel gehandicapte. Er werd hem gezegd dat die verdachten er niet voor terugdeinsden wraak te nemen.

'Dit is mijn wereld niet, dacht ik, hoe gaat dat aflopen? De zaak was gecompliceerd, met veel verdachten en veel taplijnen. De recherche verzoop erin. De transcripties van de gesprekken rammelden nogal. Ze wilden dat ik al die tienduizenden gesprekken na ging luisteren, om te kijken wat er was gemist. Die hebben we allemaal nageplozen.

'Sommige collega's konden dat niet waarderen. Want wij kwamen niet bij de politie vandaan, zijn blinden, en dan gingen we ook nog hun werk corrigeren. Dat is logisch, zo'n reactie, daar moet je niet moeilijk over doen.

Vandaag spreekt de Tweede Kamer eindelijk over de nieuwe wet voor geheime diensten. Daarmee kunnen de AIVD en MIVD straks grootschalig internet gaan aftappen. Noodzakelijk, volgens het kabinet. Overdreven en schadelijk, volgens een deel van de oppositie en diverse maatschappelijke organisaties. Lees hier wat de grote twistpunten zijn. (+)

'Op een gegeven moment vergaten ze dat ik blind ben. Dan stond er weleens wat in de weg, waar ik over kon struikelen. Het leverde de politie ook mooie publiciteit op, twee visueel gehandicapten die taps afluisterden. In 2000 wonnen ze de Politie Innovatieprijs ermee. Wij tweeën waren de enige blinden, en nu zijn er vijf.

'Ik leerde mezelf aan om elke dag te beginnen met het lezen van het recherchejournaal. Dat las ik op de computer, een braille leesregel op het scherm en spraaksynthese, dus met een koptelefoon op je hoofd. Dan wist ik waar en om wie het ging, welke mensen van belang waren. Sommige zaken kende ik zo goed dat ik de afgeluisterde mensen beter kende dan zij zichzelf kenden.

'Als je met een zaak begint, ken je niemand. Wie dan de vaste mensen in de zaak zijn, weet je ook niet. Op een gegeven moment heb je dat allemaal in de gaten, en weet je ook hoe je gesprekken moet interpreteren. Dan word je er echt in meegetrokken.'

Wat maakte jou een goeie afluisteraar?

'Stemherkenning - daar was ik echt heel goed in. Ik had weleens dat ik amper kon verstaan wat ze zeiden, maar ik wist wel van wie de stemmen waren. Anderen hadden precies het omgekeerde; die konden de teksten goed ontcijferen, maar de stem niet thuisbrengen.

'Ik kon soms horen in wat voor auto degene die getapt werd reed. Bij een BMW hoorde ik dat vooral aan het geluid van de richtingaanwijzer, bij een Volvo aan het motorgeluid. Omgevings - en achtergrondgeluiden zijn ook altijd belangrijk en vaak wel goed waar te nemen. Als je een beetje mazzel hebt kun je wel horen of iemand in een auto zit, ook als-ie niet rijdt, of in een trein.'

Probeerde je je ook voor te stellen hoe iemand er uitzag?

'Als het een leuke meid was wel! Ja natuurlijk. Van sommige mensen dacht je, die is vast heel dik, of onder de tattoos. Dat kon je proberen te horen, maar soms zat je er finaal naast. Er zijn lui bij, daar begin je sympathie voor te voelen. Het kan ook zijn dat je mensen gaat haten. Wij hadden vaak met jeugd-tbs'ers te maken en daar zitten jongens bij die loverboyachtige praktijken hebben. Dan dacht ik echt: wat ben jij een klootzak! Zo iemand wilde je gewoon pakken, die moest van de straat.'

Na een periode bij het Team Internationale Misdrijven maakte hij vanaf 2009 onderdeel uit van het Fugitive Active Search Team (FASTNL). Dat team houdt zich bezig met het oppakken van voortvluchtigen, zoals ontsnapte tbs'ers en mensen die vanuit het buitenland naar Nederland zijn gevlucht. Inmiddels is FASTNL samengevoegd met een team dat zich bezighoudt met de tenuitvoerlegging van de straf, het executieteam.

'Kijk, je hebt te maken met mensen die op de vlucht zijn en uit beeld willen blijven. Er zijn er die daar echt heel goed in zijn. Die gebruiken een telefoon één keer en dan flikkeren ze 'm weg. Dus je blijft zoeken. Als je iemand door goed op te letten, en recherchewerk, te pakken krijgt, ben je trots op zo'n bijdrage.

'Door mij is weleens een zaak opgelost. Een jeugd-tbs'er was gevlucht naar de Dominicaanse Republiek. Er zat geen beweging in. Toen ben ik nog eens opnieuw gaan luisteren en hoorde ik een aanwijzing dat-ie er weer moest zijn. Hij had contact met zijn familie, bleek uit een gesprek tussen zijn vriendin en een ander meisje. Dan is het doorslaggevend wat je hebt gehoord. Joh, dat is echt mooi!'

Vanuit op­spo­rings­be­lang en maat­schap­pe­lij­ke relevantie is afluisteren nood­za­ke­lijk

 

Vind jij dat er in Nederland te veel wordt afgeluisterd?

'Nee. Vanuit privacyoogpunt kan je zeggen: het is niet goed te praten. Maar vanuit opsporingsbelang en maatschappelijke relevantie is het noodzakelijk. In het buitenland mogen ze veel meer opsporingstechnieken gebruiken, zoals infiltreren. Ik denk op het moment dat die andere mogelijkheden in Nederland veel meer voor handen zouden zijn dat je minder hoeft te tappen.'

Waarom moest jij er mee stoppen?

'Ik ben blind geboren. Ik heb een zeldzame erfelijke afwijking, het syndroom van Norrie. Vincent Bijloo, de cabaretier, heeft dat ook. De moeder is draagster en zoons hebben 25 procent kans dat ze het hebben. Dan zijn ze blind maar er is ook altijd een kans op andere complicaties, zoals gehoorverlies. Dat is al sinds de jaren negentig bij mij gaande. Het is nu stabiel maar ik val onder de categorie doofblind. Hele hoge tonen kan ik niet meer waarnemen. Dat betekent dat als ik geen gehoorapparatuur gebruik, ik er weinig van kan maken. Als ik in een drukke omgeving ben, wordt het al snel slechter. Daarom ben ik gestopt met afluisteren. Ik was te bang dat ik wat zou missen.'

Heb je er niet de pest over in dat je er nu mee moet ophouden?

'Nee, echt helemaal niet. Ik ben er wel klaar mee. Er is ook veel veranderd. Tegenwoordig gaat veel communicatie via dataverkeer. En: straattaal is moeilijker te volgen. Omdat ik de feeling mis. Ik heb niks met dat opschepperige vervelende gedrag van die gasten. Je moet wel een beetje kunnen meeleven met degene die je afluistert. Als het leven van die anderen steeds minder boeiend is, dan voel ik er niks meer bij. Dan maar stoppen.'

Het hele artikel was te lezen op het digitale platform van De Volkskrant op 8 februari 2017.