Drie vrouwen over de invloed van autisme op hun leven

Leven met autisme
Bij vrouwen valt autisme minder op dan bij mannen, waardoor de diagnose vaak laat wordt gesteld. Drie vrouwen vertellen hoe dit hun leven bepaalde. Dit artikel stond op NRC.nl


Vrouwen met autisme zouden de symptomen van hun aandoening beter ‘camoufleren’ dan mannen. Maar doordat dit veel energie kost, eindigen zij relatief vaak met een burnout of een depressie, bleek vier weken geleden uit een artikel in de wetenschapsbijlage van NRC. Hoewel autisme lang vooral als een mannenaandoening is gezien, komt de stoornis onder vrouwen mogelijk helemaal niet zoveel minder vaak voor, stelde hetzelfde artikel. Werd de man-vrouwverhouding tot voor kort geschat op vijf op één, volgens sommige onderzoekers komt twee op één dichter in de buurt.
Bij volwassen vrouwen én mannen is sprake van een „inhaalslag” bij het stellen van de diagnose autisme, meent Wouter Staal, kinder- en jeugdpsychiater bij Karakter en het RadboudUMC en bijzonder hoogleraar autisme bij de faculteit sociale wetenschappen in Leiden. „De psychiatrie heeft aanvankelijk vooral aandacht gehad voor kinderen met autisme. De vertraging in de diagnose die daardoor bestond, wordt nu ingehaald.” Bij vrouwen speelt daarnaast mee dat ze pas later in hun ontwikkeling lijken vast te lopen, zegt Staal. Hij betwijfelt of het woord ‘camouflage’ op z’n plaats is voor de manier waarop zij met hun aandoening omgaan. „Camoufleren is hier vaak geen bewuste keuze. Ik zou zeggen dat vrouwen in bredere zin meer vaardigheden hebben dan mannen om ermee om te gaan. Sociaal-cognitieve vaardigheden zijn bij vrouwen over het algemeen beter ontwikkeld dan bij mannen.” Dat is wellicht de reden dat jongens met autisme „eerder vastlopen” dan meisjes.
Niet altijd zichtbaar
Hoe beïnvloedt de autismespectrumstoornis (ASS), zoals de aandoening sinds kort wordt genoemd, het leven van vrouwen die eraan lijden? Bijna veertig vrouwen reageerden op een oproep van NRC om hierover te vertellen. Ze willen graag meer aandacht voor de stoornis, omdat ze ervaren dat er veel misverstanden over bestaan. In hun omgeving, maar ook bij henzelf. 
„Ik merk dat mensen nog steeds niet echt weten wat autisme inhoudt en dat het niet altijd zichtbaar is, zeker bij vrouwen met hoge intelligentie”, schrijft een van hen. Een ander: „Ik ben ogenschijnlijk vrij ‘normaal’ – sterker nog: ik ben zeer communicatief vaardig, ik ben aardig, breed ontwikkeld, geïnteresseerd, vrolijk. Zelfs ik zie vaak niet waarom ik anders ben. Maar ik ben het wel.”
Autisme is vaak lastig te diagnosticeren, en Staal heeft de „louter op eigen ervaring gestoelde” indruk dat er méér mensen ten onrechte als autist worden gediagnosticeerd dan dat de diagnose wordt gemist. „De eerste stap bij het stellen van de diagnose is vragen of er sprake is van disfunctioneren. Die vraag wordt vaak overgeslagen en er wordt vooral gekeken naar opvallend gedrag.”
Wie écht autistisch is „kan zijn ontwikkelingstaak niet vervullen”, zegt Staal. „Pubers die in hun ontwikkeling hun identiteit niet kunnen vormen. Peuters die in de wereld niet op onderzoek uit gaan, terwijl dat zo belangrijk is voor hun ontwikkeling.” Kenmerken lopen sterk uiteen. Mensen met autisme hebben vaak moeite met sociale interactie en verwerking van prikkels, zoals geluid of licht. In het algemeen, zegt Staal, is het moeilijk „informatie te integreren”. Staal: „Het brein van autisten werkt als een niet goed bekabelde computer. De verwerking van informatie verloopt moeizaam. De patiënt gaat dan, wanneer er veel gevraagd wordt, net als zo’n computer, vastlopen.”
Anne van de Beek (29) uit Utrecht: ‘Ik kijk eerst de kat uit de boom’ 
‘Toen ik op mezelf ging wonen, op mijn achttiende, ben ik vastgelopen. Aan het einde van de middelbare school had ik al last van angsten en depressies. Ik was vaak gepest. Mijn identiteit was helemaal afgebroken. Ik wist niet meer wat ik leuk vond of wat ik goed kon. Ik wist niet meer wie ik was. Ik viel buiten de groepjes. 
„Ik woonde ver weg, in Doetinchem, en moest op kamers om de universitaire studie van mijn keuze te kunnen volgen. Film- en televisiewetenschappen in Utrecht. Ik kon de veranderingen niet goed aan. Ik werd somber en depressief, was eenzaam en vond het leven niet veel waard. Ik was wantrouwend en had altijd het idee dat mensen zich tegen me zouden keren. Ik maakte wel contact, had ook wel wat vrienden gemaakt, maar dat kostte veel energie. Ik durfde niet alleen naar de gebouwen waar colleges werden gegeven. Ik wist niet wat ik aan zou treffen. Ik wachtte buiten op iemand die ik kende met wie ik samen naar binnen kon gaan. Als dat niet lukte, ging ik niet. Als ik twee colleges snel achter elkaar had, was ik bang dat ik bij een van de colleges te laat zou komen en dat wilde ik niet. Dan zou alle aandacht op mij zijn gericht. Dus ging ik niet. 
„De studentenpsycholoog wees me op assertiviteitstrainingen. Maar die waren ’s avonds en daar durfde ik niet naartoe. Bovendien waren die trainingen in een groep. Ook dat durfde ik niet. Zo liep ik tegen allerlei grenzen aan. De psycholoog heeft me in het tweede jaar van mijn studie doorverwezen naar het autismecentrum van een ggz-instelling. In de tijd dat ik op de wachtlijst stond, kwam ik zelf tot het besef dat ik heel goed de diagnose autisme zou kunnen krijgen. Ik was blij dat ik iets had gevonden dat mij beschreef. Ik las boeken waarin ik me herkende. Bij het autismeteam werd me verteld dat ik het Syndroom van Asperger had, een diagnose die nu niet meer wordt gesteld, nu heet alles autismespectrumstoornis. De diagnose gaf rust.
„Ik ben arbeidsongeschikt. Door het autisme, maar ook omdat ik chronische migraine heb. Alle prikkels kosten onevenredig veel energie. Daarom breng ik tachtig procent van de tijd hier thuis door. Buiten mijn huis ben ik altijd heel alert. De momenten dat ik boodschappen doe of bij vrienden ben, zijn zeldzaam. Het kost veel tijd daarvan te herstellen, om de prikkels te verwerken. Als ik naar een winkel ga, kan ik onderweg een wegversperring tegenkomen. Dat is ingewikkeld. Ik weet niet welke kant ik op moet. Als ik boodschappen doe, en een van de ingrediënten voor een maaltijd is er niet, moet ik een alternatief bedenken, ter plekke, met alle tl-licht en kleuren van verpakkingen op me gericht. Ook dat is ingewikkeld. Ik heb moeite met verstoringen. Ik kan niet tegen mensen die onverwacht aanbellen om een kopje suiker te lenen. Ik heb liever dat ze me eerst een appje sturen.
„Voordat ik wist dat ik autisme had, wist ik niet dat er regels zijn voor sociaal contact waar niemand het over heeft. Dat je meer verbinding met iemand maakt als je diegene in de ogen kijkt. Na de diagnose kreeg ik trainingen in sociale vaardigheden en ik kreeg psycho-educatie over hoe mijn autisme zich uit. Ik las boeken over hoe je contact maakt met andere mensen. Ik heb veel geleerd. Ik heb geleerd hoe je over koetjes en kalfjes moet praten. Het weer is altijd een goed onderwerp. Het blijft natuurlijk wel altijd op het niveau van analyse en niet op gevoel. 
„In nieuwe situaties heb ik geen idee wat ik moet doen. Wat moet ik antwoorden als iemand vraagt wat ik in het dagelijks leven doe? Moet ik dan alles meteen eerlijk vertellen? Je moet inschatten of de ander een oppervlakkig antwoord wil, of wil horen dat ik in de Wajong zit maar wel een eigen bedrijfje heb. Dat ik in opdracht schrijf over privacy en security op internet. Dat ik blogs schrijf. Dat ik fotografeer. Ik kijk dus eerst de kat uit de boom. Ik wil een beredeneerde inschatting van een situatie maken en dan pas instappen. Ik heb geleerd zo normaal mogelijk over te komen en aardig te worden gevonden. Het lastige is de context. Dat moet je aanvoelen. Als iemand hier een kopje suiker komt lenen, dan is het niet passend die persoon binnen te vragen en uit te horen over hoe het nou zo ver is gekomen dat hij geen suiker meer heeft.
„Ik heb meer vrienden gekregen. Die zijn een soort spiegel van jezelf. Door de feedback die ze geven leer je meer over jezelf. Ik heb altijd graag van betekenis willen zijn voor een ander. Als iemand een probleem aan je vertelt, zijn er verschillende tactieken om te reageren. Je kunt iemand troosten. Of meelevend zijn. Mensen kwamen nooit naar mij met hun probleem. Nu gebeurt dat vaker. Dat komt onder meer omdat ik heb afgeleerd bij emotionele kwesties meteen een praktisch advies te geven. Dat wordt namelijk niet altijd op prijs gesteld. 
„Inmiddels heb ik vrienden die me niet afstoten als ik iets raars zou doen. Ze weten dat ik een oprecht, eerlijk en aardig persoon ben. Dat geeft veiligheid, waardoor ik weer meer uitdagingen aan durf te gaan.”
Mirjam Schoenmaker (53) uit Haarlem: ‘Ik deed elke dag meer dan ik kon. Dat gaat mis’ 
‘Ik heb me laten onderzoeken nadat mijn twee zoons allebei autisme bleken te hebben. Ik ben een bewust alleenstaande moeder. Ze zijn negentien en zeventien. De oudste reageerde vanaf zijn geboorte inadequaat. Als de zon scheen, ging hij huilen. Als hij viel, kwam hij niet naar me toe om zich te laten troosten. Ik dacht in het begin dat hij doof was. Op school verveelde hij zich te pletter. Hij was eigenwijs. De school verweet mij dat ik hem te vrij had opgevoed. Hij bleek autisme te hebben. Het was een wonder, zo bleek, dat ik het tot zijn negende jaar alleen heb gered en dat ik het eigenlijk heel goed had gedaan. 
„Mijn jongste zoon is op een heel andere manier autistisch. Hij was een driftig, boos kind. Op prikkels reageerde hij wel adequaat. Maar op school zat hij alleen maar onder tafel. Inmiddels zijn mijn kinderen uit huis. Ze hebben veel begeleiding nodig en ik kan dat niet meer bieden. De oudste woont beschermd, de jongste woont in een psychiatrisch centrum voor jeugdigen.
„Ik wist dat mijn broer en mijn vader autisme hadden. Ik dacht: misschien heb ik het ook. Mijn vader kon niet tegen geluid. Als hij thuis kwam, wilde hij eerst een glas melk en als dat niet klaar stond ontplofte hij. Als de aardappels niet goed gaar waren, ontplofte hij ook. Thuis moest ik op eieren lopen. Hij had om de haverklap ruzie met zijn broers. Dat waren ook moeilijke mannen. 
„Uit een eerste onderzoek kwam dat ik geen autisme had. Later hoorde ik een klinisch psycholoog vertellen dat vooral vrouwen veel moeite doen hun autistische gedrag te camoufleren en te compenseren. Dat herkende ik. Ik heb me opnieuw laten onderzoeken en toen was er geen twijfel mogelijk. Dat was drie jaar geleden. Ik was opgelucht. Sinds die diagnose hoef ik me niet meer druk te maken over wat ik allemaal niet kan. Ik ben snel vermoeid. Ik vind dit een fijn gesprek, maar ik ben straks wel kapot. Mijn hele volwassen leven heb ik periodes van depressies en burn-out gehad. Op mijn twintigste gingen mijn vriendinnen studeren en daarna werken. Ik hield dat niet vol. Ik studeerde psychologie in Amsterdam. Na een half jaar zat ik weer thuis. Ik kon niet plannen. Ik ben heel slim, maar ik heb nooit leren leren. 
„Ik zie het als mijn missie om mensen met autisme zelf te laten bepalen wat ze willen.
„Ik heb wel een hbo-opleiding afgemaakt en ben röntgenlaborant geworden, en daarna echoscopiste. Ik was 28 en werkte in een ziekenhuis. Maar het was te veel. Aan het einde van een dag werken was ik heel moe. Als ik thuiskwam, moest ik nog koken. Terwijl ik meteen naar bed had gemoeten. Ik deed dus elke dag meer dan ik kon. Na verloop van tijd gaat dat dan mis. Ik ben in de WAO terecht gekomen.
„Ik zie het als mijn missie om mensen met autisme zelf te laten bepalen wat ze willen. Als iemand graag wil koken, is dat prima. Maar als mijn zoon daar grote moeite mee heeft, dwing hem dan niet en zorg dat hij op een andere manier gezond eet. Hij ontwikkelt op de computer allerlei werelden en talen. Daar vermaakt hij zich prima mee, maar de maatschappij vindt dat niet genoeg. Die vindt dat hij moet participeren. Zonder dagbesteding kan hij niet gelukkig worden, vindt men. Terwijl die jongen dáár ongelukkig van wordt. 
„Ik hoop dat er meer begrip komt voor mensen die niet mee kunnen met de rat race. Mijn autistische broer heeft op z’n dertigste zelfmoord gepleegd. Men vond dat hij weerbaar moest worden. We werden er steeds maar op uit gestuurd. Als hij naar de snackbar ging en zijn patat werd afgepakt, dan moest hij nog een keer. En nog een keer. Hij is gaan studeren en werken. Maar hij kon niet voldoen aan het beeld dat de maatschappij van hem verlangde. Toen heeft hij een einde aan zijn leven gemaakt.
„Ik bescherm mijn kinderen graag. Ook als je niet meedraait in de maatschappij, kun je een waardevol mens zijn. Een diagnose helpt daarbij. Ik heb jarenlang niet kunnen accepteren dat mijn huis nogal chaotisch is. Mijn buurvrouw helpt me nu. Dat accepteer ik. Ik sta mezelf toe dat iemand mij helpt. Ik heb een pakketje eigenschappen die we met elkaar autisme hebben genoemd. Zo zie ik het. Sommige mensen hebben ook wel autistische trekjes, maar pas als je alle eigenschappen hebt, ben je autistisch. Ik vergelijk het weleens met het leren van een vreemde taal. Andere mensen denken dat je de taal volkomen beheerst, maar zelf weet je dat je sommige uitdrukkingen niet kent. Of vergelijk het met griep: sommige mensen zijn weleens verkouden, maar ze hebben geen griep. Ik wel. Ik heb altijd griep. Bij wijze van spreken, dan. Ik heb nooit griep.”
Chantal van de Steeg (35) uit Veenendaal: ‘Mensen vonden me overgevoelig. En arrogant’ 
‘Ik heb bijna drie jaar geleden de diagnose gekregen. Ik heb mijn leven lang depressies gehad. Ik weet eigenlijk niet beter. Op mijn zeventiende ben ik voor het eerst in de hulpverlening terechtgekomen. Een vriend had zelfmoord gepleegd en ik reageerde daar anders op dan anderen. Ik ging op slot. De diagnose was depressie. 
„ Toen ik eind twintig was, ben ik een jaar opgenomen geweest in Oegstgeest. Daar werd na verloop van tijd geopperd dat het weleens autisme zou kunnen zijn. Ik werd kwaad, want ik dacht: omdat de behandeling niet aanslaat, zeggen jullie dat er bij mij iets verkeerd zit. Enkele jaren later las ik een artikel over autisme bij vrouwen. Dat was een eyeopener. Van de kenmerken kon ik het merendeel aanvinken. Ik werd onderzocht. Toen bleek dat er voldoende aanwijzingen waren voor ASS, met name onder hoge sociale druk. 
„De diagnose verklaarde waarom ik me altijd anders heb gevoeld dan een ander, en ik als puber nooit mee heb kunnen praten over jongens en make-up en dat soort onzin. Tegelijk is zo’n diagnose jammer, omdat er nu eenmaal niks aan te doen valt. In je hersenen zit iets wat niet te veranderen is, terwijl ik dat wel graag zou willen. 
„Je moet continu zoeken naar de balans tussen verveling en overvraagd worden. Dat is doodvermoeiend. Ik zou een gebruiksaanwijzing willen hebben, een script, voor elke situatie. Als ik ergens mee bezig ben en mijn dochter van twee komt ertussen, knettert mijn hoofd. Het is alsof een auto steeds afslaat en opnieuw moet starten. Ik vind koken gruwelijk, vooral omdat je moet zorgen dat alle dingen tegelijk klaar zijn. Ik vind het ook irritant als mijn vriend dan thuis komt en mij tussendoor een kus komt geven. Flikker op, denk ik dan. 
Ik wil gewoon m’n ding doen en weer weggaan.
„Wat er ook nog bij komt, zijn de prikkels vanuit mezelf. Als er iets moet gebeuren, stofzuigen of zo, blijf ik daaraan denken. Als mijn vriend een mailtje moet sturen en dat drie dagen niet heeft gedaan, dan blijf ik ernaar vragen. Het wordt snel te veel en als dat gebeurt, ga ik meestal huilen. 
„Vaak denken mensen bij het label autisme dat je achterlijk bent, óf op een bepaalde manier superslim. Zo eenvoudig is het niet. Ik heb de rockacademie in Tilburg gedaan. Wat mij energie kostte, was niet het op en neer reizen en de studie zelf, maar dat van studenten wordt verwacht dat ze van bier houden, en van praten in de kroeg. Dat socializen is aan mij niet erg besteed. Ik weet vaak niet waar ik het over moet hebben. Ik wil gewoon m’n ding doen en weer weggaan. 
„Ik word nergens meer voor gevraagd omdat ik niet gezellig kan kletsen of netwerken. Alleen het woord netwerken al. Afschuwelijk. Ik heb lang op een musicalschool gewerkt. Dat ben ik nu op vrijwillige basis opnieuw gaan doen. Ik neem met een paar kinderen in anderhalf uur liedjes op. Dat kan ik heel goed omdat het resultaatgericht is. Sinds kort werk ik bovendien een dag per week op het kantoor daar. Tot op heden gaat het goed.
„Ik ben voor het eerst in mijn leven niet depressief. Sinds mijn vriend en ik bij elkaar zijn. De verliefdheid heeft kennelijk voldoende stofjes aangemaakt om de boel rustig te houden. Maar depressie is iets waar ik voor moet blijven oppassen. Ik slik antidepressiva en ik denk dat ik daar nooit meer vanaf kom. Gedachten kunnen heel dwangmatig zijn. 
„Wat ik duidelijk zou willen maken, is dat wanneer iets aan de buitenkant niet te zien is, het niet betekent dat het er niet is. Zelfs mensen die dicht bij je staan, kunnen denken dat het best goed met je gaat. Dat is pijnlijk. Je kiest er niet voor om dingen moeilijk te vinden. Ik ben opgegroeid met het idee dat ik me niet zo moet aanstellen. Ze vonden me overgevoelig. En arrogant. Maar ik kon gewoon niet voldoen aan de verwachtingen. Ik had ook liever normaal willen zijn. Ik had willen zijn zoals mijn twee zusjes. Ik had veel eerder moeder willen worden. Dat lukte nooit want ik had nooit relaties. Mijn zusjes waren jonger en werden wel moeder. Ze zagen er altijd tegenop om mij te vertellen dat ze zwanger waren omdat ze wisten dat ik een gigantische kinderwens had. 
„Ik zou ook duidelijk willen maken dat ik een mens ben bij wie dingen op een andere manier binnenkomen. Ik vond laatst een brief op een blog waarin staat hoe mensen zoals ik zich voelen. Dat de dagelijkse praktijk voor ons te vergelijken is met wanneer je in de Ikea loopt, op een zaterdag tijdens een drukke uitverkoop, met een jengelend kind aan je arm, en tegelijk roept iemand een rekensom die je op moet lossen. Dat vond ik mooi bescchreven.

Inclusieve Arbeidsmarkt

Op 6 september j.l. hebben wij u een brief gestuurd met het onderwerp
“Inclusieve Arbeidsmarkt”. Deze brief is aanleiding geweest om met veel
bestuurders en ambtenaren in gesprek te gaan. Uit de gesprekken is het
verzoek gekomen om een korte en bondige opsomming te geven van de
diensten voor mensen met een zintuiglijke beperking. Daar geven wij
graag gehoor aan.
Hieronder vindt u de diensten.
• Energie managen in je werk voor medewerkers met een visuele beperking
“ Hoe kan ik vermoeidheidsklachten beperken en prettig en effectief blijven werken
en welke rol heeft mijn visuele beperking daarin?”
• Werkplek onderzoek voor auditief beperkten
“Onder welke condities kan de medewerker zo optimaal mogelijk functioneren?”
• Loopbaanonderzoek
“Welke arbeidsmogelijkheden heb ik, rekening houdend met mijn competenties
en visuele functies?”
• Arbeidsdeskundig onderzoek
“ Welke re-integratiemogelijkheden zijn er voor mijn zieke medewerker?”
• Functiecreatie
“ Waar is ruimte om meer mensen kosteneffectief vanuit de Participatiewet op mijn
afdeling
in te zetten?”
• Re-integratietrajecten i.v.m. Wet verbetering Poortwachter spoor 1 en spoor 2
“ Hoe kan mijn visueel beperkte medewerker begeleid worden naar ander werk?”
• Outplacement
“ Hoe bevorder ik een duurzame inzet van mijn functioneel beperkte medewerker?”
• Jobcoaching
“ Hoe bevorder ik een duurzame inzet van mijn functioneel beperkte medewerker?”
• Haalbaarheidsonderzoek/re-integratie advies
“ Zijn er nog realistische kansen op de arbeidsmarkt voor mijn zieke medewerker?”
• Begeleiding WIA procedure
“ Hoe kan ik mijn medewerker laten ondersteunen in de WIA procedure?”
• Begeleiding bij sollicitatiegesprekken
“ Hoe krijg ik meer medewerkers met een visuele beperking binnen mijn afdeling?”
• Mobiliteit ‘Zicht op je loopbaan’ intensief
“ Hoe kan mijn medewerker zelf de regie nemen in zijn loopbaanontwikkeling?”
• Arbeidskundig onderzoek
“ Hoe krijgen we inzicht in de mogelijkheden en beperkingen van een medewerker?”
Als resultaat van de gesprekken is de hoop gegroeid dat gemeenten de weg naar de
specialisten
van Werkpad beter kunnen vinden. Met als resultaat het includeren van
nog meer talentvolle mensen.

Wij zijn u graag van dienst.

Namens de voorzitters van de Raden van Bestuur van Bartiméus en Koninklijke Kentalis
Mevrouw J. Nooren
De heer J.H. Bakker


Hoogachtend,
Clemens de Jager
Manager Werkpad
cl.dejager@werkpad.nl
06 1000 94 20

Wat geeft energie in je werk?

Voor 8 cursisten met een visuele beperking draaide het de afgelopen dagen om ‘Energiemanagen in je werk’. ‘Tijdens de training is met elkaar hard gewerkt aan inzicht, (h)erkenning van de eigen werkstressoren en energiebronnen en het gezond communiceren hierover', aldus arbeidsconsulent Frank van der Helm. Daarnaast was er aandacht voor bewegen in de prachtige omgeving van Dennenheul in Ermelo, waar de training werd gegeven. Resultaat? Een persoonlijk actieplan en veel tips rijker.
Enkele reacties
‘Nooit doorgehad dat mijn visuele beperking zoveel impact heeft op mijn energie’;
‘Mede door deze training ga ik werk maken van het aanpassen van mijn computerwerkplek’;
‘Ik heb veel gehad aan de onderlinge contacten en ik vind het fijn te merken dat ik niet de enige ben die met een visuele beperking graag wil werken, maar het moeilijk vind om dit gezond vol te houden’.
Ben je tussen de 18 - 67 jaar, heb je een baan, een visuele beperking en ben je nieuwsgierig naar de training 'Energiemanagen in je werk'? De volgende training staat gepland op 4 en 5 april 2018.
Contact
Voor meer informatie over de training kun je contact opnemen met Frank van der Helm, arbeidsconsulent bij Bartiméus/Werkpad, telefonisch 0341 - 498 500 of per mail fvdhelm@bartimeus.nl.

Geen quotum voor arbeidsbeperkten

Doelstelling wet al behaald

Op grond van de enkele jaren geleden aangenomen Participatiewet moeten werkgevers in de periode 2013-2025 meer mensen met een arbeidsbeperking in dienst nemen. Per jaar wordt door de overheid beoordeeld of er in Nederland genoeg arbeidsgehandicapten in dienst zijn genomen. Voor eind 2016 zouden er 20.500 arbeidsgehandicapten een baan moeten hebben gekregen. Of dit aantal in 2016 is gehaald, wordt in de zomer van 2017 bekend. Mocht het resultaat tegenvallen dan kan de zogenaamde quotumwet in werking worden gesteld. Iedere individuele werkgever die 25 of meer medewerkers in dienst heeft moet dan een vastgesteld percentage aan arbeidsgehandicapten in dienst dient te hebben. Voor elke niet ingevulde baan zal er een boete van €5.000,- opgelegd worden, in de vorm van een opslag op de basispremie WAO/WIA.
Inmiddels is informeel uit de bekende cijfers al wel helder dat werkgevers in 2017 geen minimumaantal werknemers met een arbeidsbeperking in dienst hoeven te hebben.

Als uw onderneming minimaal 25 medewerkers kent, dan raden wij u aan om een overzicht te maken zodat u kunt inschatten hoeveel personen uit de doelgroep arbeidsgehandicapten uw organisatie al (vanaf 1 januari 2013) in dienst heeft. Zie hiervoor het doelgroepregister via de website van het UWV. Hiervoor moet u wel ingelogd zijn op het werkgeversportaal. In het doelgroepregister staan de volgende groepen geregistreerd:

  • Arbeidsbeperkten die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kunnen verdienen;
  • Wajongers met arbeidsvermogen;
  • Mensen met een Wsw-indicatie (ook op de wachtlijst);
  • Mensen met een Wiw-baan/ID-baan.
  • Mensen met een medische beperking, ontstaan voor hun 18de verjaardag of tijdens studie, die zonder voorziening geen WML kunnen verdienen.

SZW: Participatiewet in veel gemeenten niet nageleefd

Een aantal gemeenten lapt de uitvoering van de verscherpte maatregelen in de Participatiewet deels aan de laars.

Dat schrijft de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) in haar recente rapport over de handhaving van de arbeidsverplichtingen voor bijstandscliënten.


Klantmanagers
Op basis van een rondgang bij klantmanagers van gemeentelijke sociale diensten blijkt dat zeker vijf verplichtingen voor bijstandscliënten lang niet altijd worden gehandhaafd. Ook wijken sommige klantmanagers volgens de inspectie naar eigen inzicht af van de wettelijk op te leggen sancties. Een aantal van hen redeneert dat het gedrag van cliënten ook met lichtere sancties kan worden bijgestuurd, zonder dat de cliënt het risico loopt op korte termijn in de schulden te raken.

 

Rechtsgelijkheid
Volgens de inspectie SZW komt door een variërende omgang met de Participatiewet de rechtsgelijkheid in gevaar. Omdat de verplichtingen waarvan wordt afgeweken door veel klantmanagers als onwerkbaar worden gezien, vraagt de inspectie zich af of de Participatiewet in zijn huidige vorm überhaupt te handhaven is. ‘Het is de vraag of deze afstand tussen de wetgeving en de uitvoeringspraktijk kan worden verkleind zonder daarbij ook naar de wetgeving te kijken’, aldus het eindoordeel van het rapport.

Maatwerk
Divosa-voorzitter Erik Dannenberg ging op verzoek van de Inspectie SZW in mei al per brief in op de conceptversie van het rapport. Hij schaart zich in die reactie achter de klantmanagers die maatwerk hanteren. Dannenberg wijst erop dat Divosa het ministerie en de Tweede Kamer al eerder te kennen heeft gegeven dat het de Participatiewet met zijn huidige verplichtingen als onwerkbaar beschouwt.

 

Schiet doel voorbij
De VNG is het met Dannenberg eens. In 2014 waarschuwde de VNG het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Eerste en Tweede Kamer al dat de aangescherpte maatregelen hun doel voorbij dreigen te schieten doordat de nadruk op controle en handhaving komt te liggen in plaats van op participatie door de burger. ‘Het huidige rapport toont naar onze mening dan ook goed aan dat de huidige uitvoeringspraktijk bij gemeenten nog steeds worstelt met de hierboven gestelde opmerkingen’, aldus de VNG.

Met autisme een baan krijgen is niet vanzelfsprekend: 'Wees er toch open over'

autisme RTLnieuws

Zeg je tijdens een sollicitatiegesprek dat je autisme hebt? De ene sollicitant is er open over, de ander wil er niet op worden afgerekend en houdt het voor zich. "Niet elke werkgever reageert even begripvol."

"Zet autisme niet op je cv, dan kan de werkgever je al stigmatiseren voordat hij je gezien heeft", zegt Jeanet Landsman. Ze is onderzoeker en projectleider bij Toegepast Gezondheidsonderzoek (TGO) van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Ze deed diverse onderzoeken naar autisme en werk.

In Nederland hebben 190.000 mensen autisme. Ongeveer 28 procent van hen heeft betaald werk. "Over of je een nieuwe werkgever wel of niet over je autisme vertelt, zijn de meningen verdeeld", zegt Landsman. Toch raadt zij aan de diagnose niet te camoufleren. Als je zeker weet dat dit de goede baan is voor jou, is het beter om eerlijk te zijn.

Oog voor detail
"Vertel het niet lacherig of met humor, maar serieus en positief. Bijvoorbeeld: 'Ik heb de diagnose autisme gekregen en dat betekent voor mij....'" Landsman adviseert om de werkgever daarna meteen te vertellen wat je toegevoegde waarde voor het bedrijf kan zijn. "Zeg bijvoorbeeld dat je urenlang geconcentreerd kan werken en oog hebt voor detail."

Ben ook meteen eerlijk over wat je nodig hebt om goed je werk te kunnen doen. "Als je er tijdens het gesprek achterkomt dat je in een rumoerige kantoortuin moet werken, terwijl jij je alleen kunt concentreren in een rustige werkomgeving. Als dat niet is aan te passen, is dit misschien niet de beste baan voor jou."

Mooi en ideaal, niet realistisch
"Het is mooi en ideaal om eerlijk te zijn over je autisme tijdens je sollicitatie. Toch kiezen veel mensen ervoor dit niet te doen", zegt Joli Luijckx van de Nederlandse Vereniging voor Autisme. "Als mensen ervaren dat hun eerlijkheid verkeerd uitpakt, doen ze het niet nog een keer."

"Als een sollicitant voor een werkgever zit die kennis heeft van autisme, kan hij rekenen op meer begrip. Helaas reageert niet elke werkgever even begripvol." In de ICT-branche is autisme veel geaccepteerd, maar in het onderwijs en de zorg valt volgens Luijckx nog een wereld te winnen.

Deze informatie komt van RTLnieuws, waar ook het filmpje te zien is: de link

Overgangsregeling premiekorting oudere en arbeidsgehandicapte werknemer

Loonkostenvoordelen vervangen vanaf 1 januari 2018 de premiekorting oudere werknemer en de premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer. Voor deze premiekortingen komt een overgangsregeling. 

De premiekorting jongere werknemer wordt niet vervangen. Deze vervalt vanaf 1 januari 2018.  

Loonkostenvoordelen (LKV’s) zijn een nieuwe, jaarlijkse tegemoetkoming voor werkgevers op grond van de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl).

Net als de premiekortingen moeten de loonkostenvoordelen ervoor zorgen dat kwetsbare groepen werknemers betere kansen hebben op de arbeidsmarkt.  

Met ingang van 1 januari 2018 zijn er de volgende vier loonkostenvoordelen:

1.    LKV oudere werknemer
2.   LKV arbeidsgehandicapte werknemer  
3.   LKV doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden
4.   LKV herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer

Overgangsregeling
Voor de premiekorting oudere werknemer en de premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer komt een overgangsregeling. De premiekorting jongere werknemer vervalt op 1 januari 2018.

De overgangsregeling werkt als volgt: 

Als een werkgever gebruik maakt van de premiekorting oudere werknemer of premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer, dan heeft de werkgever vanaf 1 januari 2018 recht op een van de vier nieuwe loonkostenvoordelen, voor de resterende periode dat hij nog recht zou hebben op de premiekorting.  

Drie voorwaarden overgangsregeling
De werkgever moet dan wel aan 3 voorwaarden voldoen. Wat moet u doen?  

1.    U geeft in de aangifte over het laatste aangiftetijdvak van 2017 aan dat u voor een werknemer de premiekorting oudere werknemer of arbeidsgehandicapte werknemer toepast. Als u dat vergeet, dan moet u dat uiterlijk op 1 mei 2018 corrigeren.  
2.    U vult in deze aangifte ook een bedrag aan premiekorting in. Als u dat vergeet, dan moet u dat uiterlijk op 1 mei 2018 corrigeren.  
3.    U geeft in uw aangiften over 2018 aan dat u 1 of meer loonkostenvoordelen voor deze werknemer wilt aanvragen. U vraagt voor de werknemer de loonkostenvoordelen aan die overeenkomen met de premiekortingen waarop u voor hem recht had in het laatste aangiftetijdvak van 2017.

UWV beoordeelt op basis van onder meer de polisadministratie voor welke werknemers de werkgever recht heeft op een loonkostenvoordeel.  

Wel of geen doelgroepverklaring
Voor werknemers die vallen onder de overgangsregeling, hebt u voor het aanvragen van het loonkostenvoordeel geen doelgroepverklaring nodig. Voor het toepassen van de premiekorting oudere werknemer in 2017 is wel een doelgroepverklaring nodig.  

Ervaar hoe het is om een taalontwikkelingsstoornis te hebben!

Kom naar onze TOS-beleving. U ervaart tijdens deze gratis workshop hoe het is om een taalontwikkelingsstoornis (TOS) te hebben. U merkt zelf hoe het is om niet begrepen te worden of uit je woorden te komen. Dit maakt werken met mensen met TOS makkelijker en zorgt voor meer begrip. We organiseren deze workshop speciaal voor onder andere bedrijfsartsen, verzekeringsartsen, arbeidsdeskundigen en professionals die adviseren over arbeid en gezondheid voor mensen met TOS.

Gratis workshop die u veel oplevert
Na deze workshop weet u beter hoe u kunt omgaan met mensen met TOS. U weet waar deze mensen vaak moeite mee hebben en wat de gevolgen zijn. Ook leert u wat mensen met TOS kan helpen in een gesprek.

Vijf procent van de bevolking heeft TOS

Vijf procent van de bevolking heeft een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Bij mensen met TOS wordt taal in de hersenen minder goed verwerkt, waardoor ze bijvoorbeeld moeite hebben met het onthouden en leren van woorden of klanken.

 Locatie

Donderdag 23 november 2017

Bij Kentalis, Vlampijpstraat 78 in Utrecht

Van 9.30 uur tot 11.30 uur

Meld u snel aan!

Meld u aan via info@werkpad.nl. Er is plek voor zestien mensen. Heeft u vragen? Neem via 06 54 78 28 56 contact op met Bert van Lith, coördinator Werkpad.

TOS.png

Week van de loopbaan

Week van de Loopbaan! In de week van 18 tot en met 22 september opent Werkpad haar deuren voor de Week van de Loopbaan. Deze week is een initiatief van de Noloc ( de vereniging voor loopbaanprofessionals).

Iedereen die wil praten over zijn/ haar loopbaanontwikkeling kan tijdens deze week kosteloos een afspraak maken met een loopbaanadviseur in de buurt. Zo kun je op een laagdrempelige manier kennis maken met een loopbaanprofessional van Werkpad.

Wil je weten wat een loopbaanprofessional eigenlijk doet? Of met welk type vraagstukken hij of zij je kan helpen? Of heb je behoefte aan persoonlijk advies over je eigen loopbaan, wil je concrete loopbaanvragen bespreken of misschien een CV check doen? Kom dan tijdens de Week van de Loopbaan ( 18-22 september 2017) langs!

Er zijn een beperkt aantal plekken beschikbaar. Meld je daarom van tevoren aan bij info@werkpad.nl

Vermeld hierbij de regio waar jij een loopbaan professional wil spreken, zodat wij voor jou een persoonlijke afspraak kunnen maken.

Overgangsregeling premiekorting oudere en arbeidsgehandicapte werknemer

Loonkostenvoordelen vervangen vanaf 1 januari 2018 de premiekorting oudere werknemer en de premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer. Voor deze premiekortingen komt een overgangsregeling. 

De premiekorting jongere werknemer wordt niet vervangen. Deze vervalt vanaf 1 januari 2018.  

Loonkostenvoordelen (LKV’s) zijn een nieuwe, jaarlijkse tegemoetkoming voor werkgevers op grond van de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl).

Net als de premiekortingen moeten de loonkostenvoordelen ervoor zorgen dat kwetsbare groepen werknemers betere kansen hebben op de arbeidsmarkt.  

Met ingang van 1 januari 2018 zijn er de volgende vier loonkostenvoordelen:

1.    LKV oudere werknemer

2.    LKV arbeidsgehandicapte werknemer  

3.    LKV doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden 

4.    LKV herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer

Overgangsregeling

Voor de premiekorting oudere werknemer en de premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer komt een overgangsregeling. De premiekorting jongere werknemer vervalt op 1 januari 2018.

De overgangsregeling werkt als volgt: 

Als een werkgever gebruik maakt van de premiekorting oudere werknemer of premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer, dan heeft de werkgever vanaf 1 januari 2018 recht op een van de vier nieuwe loonkostenvoordelen, voor de resterende periode dat hij nog recht zou hebben op de premiekorting.  

Drie voorwaarden overgangsregeling

De werkgever moet dan wel aan 3 voorwaarden voldoen. Wat moet u doen?  

1.    U geeft in de aangifte over het laatste aangiftetijdvak van 2017 aan dat u voor een werknemer de premiekorting oudere werknemer of arbeidsgehandicapte werknemer toepast. Als u dat vergeet, dan moet u dat uiterlijk op 1 mei 2018 corrigeren.  

2.    U vult in deze aangifte ook een bedrag aan premiekorting in. Als u dat vergeet, dan moet u dat uiterlijk op 1 mei 2018 corrigeren.  

3.    U geeft in uw aangiften over 2018 aan dat u 1 of meer loonkostenvoordelen voor deze werknemer wilt aanvragen. U vraagt voor de werknemer de loonkostenvoordelen aan die overeenkomen met de premiekortingen waarop u voor hem recht had in het laatste aangiftetijdvak van 2017.

UWV beoordeelt op basis van onder meer de polisadministratie voor welke werknemers de werkgever recht heeft op een loonkostenvoordeel.  

Wel of geen doelgroepverklaring

Voor werknemers die vallen onder de overgangsregeling, hebt u voor het aanvragen van het loonkostenvoordeel geen doelgroepverklaring nodig. Voor het toepassen van de premiekorting oudere werknemer in 2017 is wel een doelgroepverklaring nodig.

Onderzoek voor betere participatie van mensen met een visuele beperking in Nederland

De aanmelding is geopend. Wat heb je nodig voor participatie in onze samenleving, als je slechtziend of blind bent? Ervaar je hierdoor wel eens problemen op het werk, met je studie of in je vrije tijd? In september start ons landelijke onderzoek om belemmeringen, behoeften en gewenste oplossingen in kaart te brengen. Help mee en breng zoveel mogelijk ervaringen en ideeën in.

Het leven en de vragen van mensen die slechtziend of blind zijn, zijn leidend voor het werk van Bartiméus. Luisteren naar hoe ieder op een eigen wijze mee wilt doen in de maatschappij. In dat kader zoeken we mensen met een visuele beperking die bereid zijn om mee te praten over wensen rondom participatie. Het gaat in ons onderzoek om alle vormen van participatie: van het vergroten van zelfredzaamheid tot toegankelijkheid van de digitale wereld, openbare ruimte of de arbeidsmarkt.

Onderzoek 'Zien en gezien worden'

De uitvoering van het onderzoek 'Zien en gezien worden' start in september. Hiervoor komen we nu al graag in contact met zoveel mogelijk volwassenen vanaf 18 jaar die slechtziend of blind zijn. Ook ouderen worden uitgenodigd om mee te doen. Deelnemers ontvangen een digitale vragenlijst. Het onderzoek wordt uitgevoerd door het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (NIVEL) in opdrachtvan Bartiméus. De resultaten van het onderzoek worden te zijner tijd openbaar gemaakt.

Aanmelding

Aanmelden voor het onderzoek kan via de link: http://nivel.nl/zien. Op deze plek is ook meer informatie over het onderzoek beschikbaar

Meer informatie

Vragen over het onderzoek kunt u richten aan Henrieke Kappen (onderzoeker NIVEL), e-mail h.kappen@nivel.nl of bel 030 - 272 97 15.

Overheid krijgt quotum voor de banenafspraak

De werkgevers en de overheid hebben afgesproken om 125.000 banen te creëren voor mensen met beperkingen. In 2026 moet dit aantal extra banen zijn gerealiseerd. Jaarlijks wordt gemeten of er voldoende banen zijn bijgekomen. Voor de werkgevers is dit het geval. Met bijna 19.000 banen voldoen zij ruim aan de doelstelling voor 2016 van 14.000 banen. Bij de overheid zijn in 2016 echter veel te weinig banen bijgekomen voor mensen met beperkingen. In plaats van de vereiste 6.500 banen zijn bij de overheid maar 3.600 banen gerealiseerd. Daarom heeft Jetta Kleinsma besloten om de Quotumregeling voor de overheid in te stellen.

“Er is in de laatste jaren veel in gang gezet en hard gewerkt om de inclusieve arbeidsmarkt dichterbij te brengen. Hierdoor hebben veel mensen met een beperking een plek gevonden op de reguliere arbeidsmarkt. Bij werkgevers is een omslag in denken ontstaan. Dat is een mooi resultaat. Het is echter teleurstellend dat de overheid hierbij achterblijft”, zegt Klijnsma in een toelichting op deze resultaten”.

Door het instellen van deze quotumregeling wordt bepaald hoeveel banen elke overheidsinstelling moet creëren voor mensen met beperkingen. Voor elke ontbrekende baan krijgt deze organisatie een forse boete. In totaal kan dit oplopen tot een bedrag van 15 miljoen euro. Een forse stok achter de deur. Deze boeteregeling gaat nog niet direct in. Hiervoor moet een ministeriële regeling worden opgesteld en goedgekeurd in de Eerste en Tweede kamer.  In de tussentijd heeft de overheid de tijd om het aantal banen voor mensen met beperkingen te vergroten

Het is positief dat er zoveel banen voor mensen met beperkingen zijn bijgekomen. Bovendien zijn het aantal detacheringen in verhouding afgenomen ten opzichte van reguliere arbeidscontacten. Ook is positief dat steeds meer gemeenten werk maken van een warme overdracht van het VSO/PRO onderwijs naar begeleiding naar een baan.  Wel maakt de VGN zich zorgen dat juist instrumenten zoals jobcoaching en loonkostensubsidie door veel gemeenten om financiële redenen terughoudend wordt ingezet voor mensen met een lage verdiencapaciteit. Terwijl juist dit soort instrumenten voor hen essentieel zijn om een baan te vinden én te houden! Het uitsluiten van mensen met een lage verdiencapaciteit staat haaks op de doelstellingen van de Participatiewet. Hier ligt een kans voor de overheid om meer banen te creëren voor mensen met beperkingen en de Quotumregeling te vermijden.

Talent met visuele beperking klaar voor nieuwe baan

De arbeidsmarkt groeit maar mensen met een visuele beperking komen nog moeilijk aan de slag. Bij het arbeidsbemiddelingsbureau van Bartiméus (Werkpad) zijn goed opgeleide werkzoekenden supergemotiveerd om werkgevers te verrijken met hun talent.

Werkpad helpt de afstand overbruggen tussen enerzijds werkzoekenden die blind of slechtziend zijn en anderzijds werkgevers die ook de voordelen en kansen zien van deze gedreven professionals in hun team. Van werkgeverskant is het daarbij zo dat zij een prestatie-afspraak met de overheid hebben om mensen met afstand tot de arbeidsmarkt in dienst te nemen. 

Werkpad kan daarbij helpen. Maakt u bijvoorbeeld kennis met Rebecca, Gerald en Geeke. 

Rebecca (30): creatief communicatietalent die (online) media nog krachtiger en toegankelijker maakt

'Sinds ik blind ben geworden heb ik mij gespecialiseerd in het schrijven van fantasy verhalen. Na het inlezen componeer ik daar muziek bij. Ik kan teksten inspreken, manuscripten beoordelen en nog krachtiger maken. Daarnaast heb ik ervaring met het editten van geluidsbestanden. Ik maak hierbij gebruik van de software Adobe audition en audacity.' Regio: Utrecht e.o.

Gerald (56): leerkrachtondersteuner die graag jongeren begeleidt in creatieve vakken

'Ik ben zoek naar een parttime baan waar hij mensen kan begeleiden bij het maken van creatieve dingen. Ikheb de afgelopen 12 jaar als leerkrachtondersteuner creatieve vakken gewerkt in het speciale onderwijs, denk aan tekenen en handvaardigheid. Sinds dit schooljaar volg ik de studie Docent Beeldende Kunst en Vormgeving bij Artez in Zwolle. Regio: Zwolle e.o.

Geeke (25): zelfstandig werken geen probleem voor deze representatieve receptioniste/telefoniste

Geeke zoekt een leuke baan als receptioniste/telefoniste of administratief medewerker. 'Ik ben een harde werker en een doorzetter, die gemakkelijk contact maakt'. De ervaring heeft ze op zak. 'Als receptioniste weet ik hoe belangrijk het is om representatief, vriendelijk en communicatief vaardig te zijn.  Ik werk graag in een team waarbij zelfstandig werken ook geen probleem is.' Regio: Apeldoorn e.o.

Contact

Wilt u wel eens kennismaken met deze en andere talenten, of wat Werkpad voor u kan betekenen? www.werkpad.nl

 

Inclusief werkgeven biedt voordelen voor iedereen.

Inclusief werkgeven biedt voordelen voor iedereen

Inclusief werkgeven, een manier van werken waarbij niemand wordt buitengesloten, leidt, mits goed voorbereid en uitgevoerd, tot een betere werksfeer en gemotiveerde werknemers.

Deze werkwijze, waarbij je rekening houdt met ieders belastbaarheid en talent, is een uitstekend voorbeeld van maatschappelijk verantwoord ondernemen. “Inclusief werkgeven biedt voordelen voor alle betrokkenen”, stelt prof. dr. Fred Zijlstra, hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie aan Universiteit Maastricht.  “De vaak hoogopgeleide medewerkers worden ontlast.

Dat voorkomt dat zij kort- of vaak zelfs langdurig uitvallen ten gevolge van een te hoge werkdruk. Het verkleinen van de kans op uitval heeft weer grote voordelen voor de werkgever. De kandidaten met een afstand tot de arbeidsmarkt kunnen instromen in de bedrijven.

Dat zij een bijdrage kunnen leveren aan de maatschappij en daarvoor gewaardeerd worden, heeft op hun zelfbeeld, welzijn en gezondheid een positief effect. Al die voordelen zijn vastgesteld en toch aarzelen veel werkgevers om ook die stap te zetten.”

Investeren in medewerkers

Het vraagt ook wel enige voorbereiding om werkzaamheden zo te verdelen dat volwaardige functies ontstaan. “Je moet zorgvuldig kijken naar de verschillende taken die iemand heeft”, verklaart dr. Gemma van Ruitenbeek, onderzoeker binnen de vakgroep arbeids- en organisatiepsychologie.

“Daarna beoordeel je welke taken iemand anders zou kunnen uitvoeren. Op die manier verminder je de werkdruk van de een en creëer je werk voor de ander. Het gaat echt om maatwerk voor de organisatie en de betrokken medewerkers. En maatwerk vergt een investering.”

Duurzaam ondernemen

Die investering is het volgens Zijlstra absoluut waard. “De arbeidsmarkt staat onder druk. Als je werk beter kunt verdelen tussen hoogopgeleide professionals en mensen die in de praktijk met een beetje coaching uitstekend kunnen functioneren maar wellicht niet zo hoog opgeleid zijn, dan is iedereen daarbij gebaat.

Het is een schoolvoorbeeld van goed werkgeverschap en duurzaam ondernemen. Wij als ondernemers en als maatschappij kunnen ons simpelweg niet veroorloven om nu en in de toekomst mensen buiten te sluiten.”

Kwetsbaarheden en talenten

Dat is nu nog wel vaak het geval. “Mensen met een verminderde belastbaarheid, een geestelijke of een lichamelijke beperking staan vaak nog aan de rand van de maatschappij”, vindt Van Ruitenbeek. “Daardoor ervaren mensen zonder beperking te weinig dat mensen met een beperking ook waardevol zijn.

Dat is jammer want in de praktijk ervaart menig werkgever wel degelijk dat iedereen een bijdrage kan leveren. Iedereen heeft namelijk specifieke kwetsbaarheden maar ook specifieke talenten. Het is de kunst mensen zo in te zetten dat de talenten van de een worden gebruikt om de kwetsbaarheden van de ander te ontzien.”

Inclusieve maatschappij

Om de situatie binnen bedrijven te veranderen, is ook een verandering nodig van de maatschappij. “Je moet elkaar, liefst op zo jong mogelijke leeftijd, leren kennen en leren begrijpen”, legt Zijlstra uit. “Kinderen met en zonder beperking zouden al van jongs af aan met elkaar moeten optrekken.”

Dat zou gepaard kunnen gaan met de inzet van mensen met een beperking in het basisonderwijs. “Leraren hebben de afgelopen jaren steeds meer taken gekregen en moeten steeds grotere klassen begeleiden”, stelt Van Ruitenbeek. “Hun werkdruk is gevaarlijk hoog.

Wat is er logischer dan dat zij bepaalde taken overdragen aan assistenten die op die manier ook kunnen deelnemen aan de maatschappij. Dat is bovendien ook een teken aan de leerlingen dat wij er allemaal toe doen. Het gaat niet alleen om inclusief werkgeven. Het draait uiteindelijk om een inclusieve maatschappij.”

 

clienten gezocht voor nieuw project

1.    Woon jij in de omgeving van Utrecht in één van deze gemeenten: (Bunnik, Houten, Lopik, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede, De Bilt, IJsselstein, Montfoort, Oudewater, Utrecht, Vianen, Woerden en Zeist)?
2.    Ben je 27 jaar of jonger?
3.    Heb je talenten en vaardigheden die je succesvol wilt inzetten?
4.    Wil je werken maar heb je, omdat je ook een beperking* hebt nog geen passend werk gevonden?
(*) doof of slechthorend, blind of slechtziend, een taalontwikkeling stoornis (TOS) of een vorm van autisme.

 
Meld je dan aan bij Werkpad. We hebben subsidie gekregen om een groep jongeren te begeleiden, te coachen en /of te bemiddelen naar werk. 
Onderdelen zijn een groepstraining, individuele gesprekken, training, coaching, werkervaring, stage en bemiddeling naar werk. Doel is het vinden van werk. 
In dit traject ga je ontdekken welk werk bij je past.  Hiermee kun je gaan oefenen.  
Misschien is het werk waar je nu helemaal niet aan zou denken, maar waar wel mogelijkheden zijn voor jou.
De groepstraining is bedoeld om van elkaars successen te leren. Iedereen heeft ervaringen en kennis waar anderen van kunnen leren. Wat zijn deze succesfactoren? En hoe kan jij die inzetten?
Daarnaast zijn er coaches van Werkpad die je kunnen helpen op weg naar werk waar je een inkomen mee kan verdienen. En wie wil dat nou niet?
Meer informatie?
Bel met Rein van Riet 06 – 12 74 08 28 of mail naar r.van.riet@werkpad.nl
Werkpad heeft een kantoor in Utrecht:
Vlampijpstraat 78, 3534 AR Utrecht
Tel 030-2753333 *
(* Werkpad heeft een kantoor in het pand van de Koninklijke Kentalis)


Wil je meedoen?  Meldt je dan aan. 
Dat kun je doen door een mail te sturen aan:
info@werkpad.nl
met je naam, adres, geboortedatum en BSN en vermeld erbij dat je je aanmeldt voor “leren van succes”. 

Of ga naar de website van Werkpad (www.werkpad.nl/contact ) en vul je gegevens in. Vermeldt erbij dat je aanmeldt in kader van “leren van succes”. 
 

PLAATSING ARBEIDSBEPERKTEN VAAK NIET DUURZAAM

Het aantal duurzame plaatsingen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in het doelgroepenregister is beperkt. Tegenover het aantal mensen dat werk vindt, staat een substantieel deel dat zijn werk weer kwijtraakt. Dat blijkt uit de Factsheet banenafspraak arbeidsmarktregio van het UWV over het derde kwartaal van 2016.

Tijdelijke contracten

Uit de grafiek met het verloop van werkzame en niet-werkzame personen tussen het tweede en derde kwartaal 2016 blijkt dat 76.868 mensen van de 81.618 werkenden uit het tweede kwartaal hun werk hebben behouden. In het derde kwartaal vonden 6045 arbeidsbeperkten werk, maar 4089 verloren in die periode hun baan. Vaak is dus geen sprake van duurzame plaatsingen en blijft per saldo van de banenafspraak weinig over. Het lijkt erop dat werkgevers vaker kiezen voor tijdelijke contracten, zodat ze vaker aanspraak kunnen maken op plaatsingsvoordelen, zoals gratis proefplaatsingen, loonkostensubsidie en de no-riskpolis. Een oorzaak kan ook liggen in dat mensen uit het doelgroepenregister moeilijk te handhaven of inzetbaar zijn op de werkplek. Aanvankelijk enthousiaste werkgevers schrikken van de (multi-)problematiek van de doelgroep, waardoor bijvoorbeeld Wajongers weer snel uitvallen. Mensen uit de bijstand of WW zijn na een jaar vaker dan arbeidsbeperkten nog aan het werk. Feit is dat de groei afvlakt en niet alle regio’s de targets van de Werkkamer lijken te zullen halen.

Meer banen
Vorige maand verscheen al de regionale trendrapportage banenafspraak over het derde kwartaal van 2016. Daar ligt de nadruk op het aantal extra gecreëerde banen volgens de definitie van de banenafspraak. De factsheet zoomt vooral in op het verloop van het aantal werkzame personen. In het doelgroepenregister (mensen met een wsw-indicatie en/of WIW/ID-baan, Wajongers en de doelgroep Participatiewet) bevinden zich in het derde kwartaal 238.276 personen. Dat zijn 5459 (2 procent) minder mensen dan in het vorige kwartaal. Een reden voor zorg, naast de grote uitval van arbeidsbeperkten is dat het aantal dat direct beschikbaar is voor de arbeidsmarkt lijkt af te nemen. Het aantal banen volgens de banenafspraak bedroeg 94.860, een toename van 26 procent ten opzichte van de nulmeting van eind 2012 en een toename van 2 procent ten opzichte van het vorige kwartaal. Vorige maand werd al geconstateerd dat de groei minder groot is.

Meer Wajongers vinden baan

Het aantal daadwerkelijk werkzame personen bedroeg 83.698: 35 procent van het totaal aantal personen in het doelgroepenregister, een toename van 3 procent ten opzichte van het vorige kwartaal. Er kwamen zodoende 2080 werkzame personen bij en die kwamen vooral uit de doelgroep Participatiewet (1379). Ook 1000 Wajongers vonden werk. Daarmee hebben ruim 8000 Wajongers meer werk dan eind 2012, waarschijnlijk een gevolg van de herkeuringen op arbeidsvermogen van het UWV en de daaropvolgende begeleiding bij het vinden van werk. Het aantal werkzame personen met een Wsw-indicatie (38.873) nam af met 299. Ten opzichte van het derde kwartaal van 2015 nam het aantal zelfs af met 2070. Ten tijde van de nulmeting 2012 was het aantal werkzame personen met een Wsw-indicatie nog 36.524. In het derde kwartaal van 2016 is van die groep 92 procent werkzaam, van de Wajongers 22 procent en van de doelgroep Participatiewet 26 procent.

G4 blijft achter

Het beperkte aantal duurzame plaatsingen is vooral goed zichtbaar in de cijfers over de G4. Het aantal personen dat werk vindt ten opzichte van het tweede kwartaal van 2016 is in Groot-Amsterdam 324, maar het aantal dat zijn werk verliest is 272. De totale groei is dus maar 52 extra banen, maar het aantal plaatsingen is veel hoger. Je zou kunnen stellen dat je in Amsterdam zes arbeidsbeperkten moet plaatsen om één extra duurzame plaatsing te creëren. In arbeidsmarktregio Haaglanden is het saldo 63 (236 vinden werk, 173 verliezen werk) en in Midden-Utrecht 60 (233 vs 173). De regio Rijnmond heeft een positiever saldo (249). Daar vonden 594 mensen werk en raakten 345 werk kwijt. Wat ook opvalt in de G4-cijfers is dat het aantal werkzame personen uitgesplitst naar categorie in het doelgroepenregister ten opzichte van het landelijke gemiddelde aardig overeenkomt tussen Amsterdam, Rotterdam en Utrecht. Haaglanden heeft een veel lager aantal werkzame personen met een Wsw-indicatie (69 procent ten opzichte van 92 procent landelijk).

 

Blinde afluisteraar: 'Je moet kunnen meeleven met doelwit'

Marc van der Bij over zijn werk als tapmedewerker bij de politie

De visueel gehandicapte Marc van der Bij (44) luisterde zeventien jaar gesprekken af als tapmedewerker bij de politie. Omdat hij nu ook steeds dover wordt, stopt hij ermee.

John Schoorl   8 februari 2017, 02:00

Marc van der Bij: 'Straattaal is moeilijker te volgen, omdat ik de feeling mis.' ©Marcel van den Bergh

 

 

Ben je als blinde een betere afluisteraar?

'Nee, dat vind ik niet.'

Maar is het een voordeel?

'Dat dachten ze bij de politie wel. Ik heb natuurlijk geen nee gezegd, toen het ter sprake kwam, ik wilde een baan. Maar ik had geen idee wat me te wachten stond.'

Van der Bij begon in Zeist in 1999 bij het Landelijk Recherche Team (LRT) met een groot onderzoek in een verdovendemiddelenzaak, samen met een andere visueel gehandicapte. Er werd hem gezegd dat die verdachten er niet voor terugdeinsden wraak te nemen.

'Dit is mijn wereld niet, dacht ik, hoe gaat dat aflopen? De zaak was gecompliceerd, met veel verdachten en veel taplijnen. De recherche verzoop erin. De transcripties van de gesprekken rammelden nogal. Ze wilden dat ik al die tienduizenden gesprekken na ging luisteren, om te kijken wat er was gemist. Die hebben we allemaal nageplozen.

'Sommige collega's konden dat niet waarderen. Want wij kwamen niet bij de politie vandaan, zijn blinden, en dan gingen we ook nog hun werk corrigeren. Dat is logisch, zo'n reactie, daar moet je niet moeilijk over doen.

Vandaag spreekt de Tweede Kamer eindelijk over de nieuwe wet voor geheime diensten. Daarmee kunnen de AIVD en MIVD straks grootschalig internet gaan aftappen. Noodzakelijk, volgens het kabinet. Overdreven en schadelijk, volgens een deel van de oppositie en diverse maatschappelijke organisaties. Lees hier wat de grote twistpunten zijn. (+)

'Op een gegeven moment vergaten ze dat ik blind ben. Dan stond er weleens wat in de weg, waar ik over kon struikelen. Het leverde de politie ook mooie publiciteit op, twee visueel gehandicapten die taps afluisterden. In 2000 wonnen ze de Politie Innovatieprijs ermee. Wij tweeën waren de enige blinden, en nu zijn er vijf.

'Ik leerde mezelf aan om elke dag te beginnen met het lezen van het recherchejournaal. Dat las ik op de computer, een braille leesregel op het scherm en spraaksynthese, dus met een koptelefoon op je hoofd. Dan wist ik waar en om wie het ging, welke mensen van belang waren. Sommige zaken kende ik zo goed dat ik de afgeluisterde mensen beter kende dan zij zichzelf kenden.

'Als je met een zaak begint, ken je niemand. Wie dan de vaste mensen in de zaak zijn, weet je ook niet. Op een gegeven moment heb je dat allemaal in de gaten, en weet je ook hoe je gesprekken moet interpreteren. Dan word je er echt in meegetrokken.'

Wat maakte jou een goeie afluisteraar?

'Stemherkenning - daar was ik echt heel goed in. Ik had weleens dat ik amper kon verstaan wat ze zeiden, maar ik wist wel van wie de stemmen waren. Anderen hadden precies het omgekeerde; die konden de teksten goed ontcijferen, maar de stem niet thuisbrengen.

'Ik kon soms horen in wat voor auto degene die getapt werd reed. Bij een BMW hoorde ik dat vooral aan het geluid van de richtingaanwijzer, bij een Volvo aan het motorgeluid. Omgevings - en achtergrondgeluiden zijn ook altijd belangrijk en vaak wel goed waar te nemen. Als je een beetje mazzel hebt kun je wel horen of iemand in een auto zit, ook als-ie niet rijdt, of in een trein.'

Probeerde je je ook voor te stellen hoe iemand er uitzag?

'Als het een leuke meid was wel! Ja natuurlijk. Van sommige mensen dacht je, die is vast heel dik, of onder de tattoos. Dat kon je proberen te horen, maar soms zat je er finaal naast. Er zijn lui bij, daar begin je sympathie voor te voelen. Het kan ook zijn dat je mensen gaat haten. Wij hadden vaak met jeugd-tbs'ers te maken en daar zitten jongens bij die loverboyachtige praktijken hebben. Dan dacht ik echt: wat ben jij een klootzak! Zo iemand wilde je gewoon pakken, die moest van de straat.'

Na een periode bij het Team Internationale Misdrijven maakte hij vanaf 2009 onderdeel uit van het Fugitive Active Search Team (FASTNL). Dat team houdt zich bezig met het oppakken van voortvluchtigen, zoals ontsnapte tbs'ers en mensen die vanuit het buitenland naar Nederland zijn gevlucht. Inmiddels is FASTNL samengevoegd met een team dat zich bezighoudt met de tenuitvoerlegging van de straf, het executieteam.

'Kijk, je hebt te maken met mensen die op de vlucht zijn en uit beeld willen blijven. Er zijn er die daar echt heel goed in zijn. Die gebruiken een telefoon één keer en dan flikkeren ze 'm weg. Dus je blijft zoeken. Als je iemand door goed op te letten, en recherchewerk, te pakken krijgt, ben je trots op zo'n bijdrage.

'Door mij is weleens een zaak opgelost. Een jeugd-tbs'er was gevlucht naar de Dominicaanse Republiek. Er zat geen beweging in. Toen ben ik nog eens opnieuw gaan luisteren en hoorde ik een aanwijzing dat-ie er weer moest zijn. Hij had contact met zijn familie, bleek uit een gesprek tussen zijn vriendin en een ander meisje. Dan is het doorslaggevend wat je hebt gehoord. Joh, dat is echt mooi!'

Vanuit op­spo­rings­be­lang en maat­schap­pe­lij­ke relevantie is afluisteren nood­za­ke­lijk

 

Vind jij dat er in Nederland te veel wordt afgeluisterd?

'Nee. Vanuit privacyoogpunt kan je zeggen: het is niet goed te praten. Maar vanuit opsporingsbelang en maatschappelijke relevantie is het noodzakelijk. In het buitenland mogen ze veel meer opsporingstechnieken gebruiken, zoals infiltreren. Ik denk op het moment dat die andere mogelijkheden in Nederland veel meer voor handen zouden zijn dat je minder hoeft te tappen.'

Waarom moest jij er mee stoppen?

'Ik ben blind geboren. Ik heb een zeldzame erfelijke afwijking, het syndroom van Norrie. Vincent Bijloo, de cabaretier, heeft dat ook. De moeder is draagster en zoons hebben 25 procent kans dat ze het hebben. Dan zijn ze blind maar er is ook altijd een kans op andere complicaties, zoals gehoorverlies. Dat is al sinds de jaren negentig bij mij gaande. Het is nu stabiel maar ik val onder de categorie doofblind. Hele hoge tonen kan ik niet meer waarnemen. Dat betekent dat als ik geen gehoorapparatuur gebruik, ik er weinig van kan maken. Als ik in een drukke omgeving ben, wordt het al snel slechter. Daarom ben ik gestopt met afluisteren. Ik was te bang dat ik wat zou missen.'

Heb je er niet de pest over in dat je er nu mee moet ophouden?

'Nee, echt helemaal niet. Ik ben er wel klaar mee. Er is ook veel veranderd. Tegenwoordig gaat veel communicatie via dataverkeer. En: straattaal is moeilijker te volgen. Omdat ik de feeling mis. Ik heb niks met dat opschepperige vervelende gedrag van die gasten. Je moet wel een beetje kunnen meeleven met degene die je afluistert. Als het leven van die anderen steeds minder boeiend is, dan voel ik er niks meer bij. Dan maar stoppen.'

Het hele artikel was te lezen op het digitale platform van De Volkskrant op 8 februari 2017.

 

Sneller arbeidsbeperkt personeel vinden en zonder risico aannemen

 

Sinds vandaag wordt het werkgevers op twee manieren makkelijker gemaakt om mensen met een arbeidshandicap aan te nemen. Zo is er sinds vandaag een nieuw systeem om werkgevers op een eenvoudige manier in contact te brengen met mensen die graag willen werken en een arbeidsbeperking hebben. Het UWV lanceert de ‘kandidatenverkenner banenafspraak’, een online personeelsbank met al bijna 60 duizend werkzoekenden met een arbeidsbeperking. En de polis die het werkgeversrisico van loondoorbetaling bij ziekte afdekt, wordt voor onbepaalde tijd geldig.

Dat maakt staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bekend op de Dag van de Ondernemer op 18 november, tijdens een bezoek aan sociaal werkbedrijf Patijnenburg in het Westland.

De Eerste Kamer ging deze week akkoord met het structureel maken van de no-riskpolis. Daardoor zijn werkgevers die iemand met een arbeidsbeperking aannemen er tot in lengte van jaren van verzekerd dat zij er financieel niet voor opdraaien als deze werknemer ziek wordt. Een belangrijke stap volgens Klijnsma, want het is belangrijk dat werkgevers minder risico’s ervaren zodat meer mensen vaste contracten krijgen.

125 duizend banen

Dit draagt allemaal bij aan het verwezenlijken van de 100 duizend banen voor mensen met een arbeidshandicap waar werkgeversorganisaties in het sociaal akkoord voor hebben getekend. De overheid doet daar nog eens 25 duizend banen bovenop. Van wezenlijk belang, zegt Klijnsma. “Want mensen met een arbeidsbeperking willen geen medelijden, ze willen meedoen.”
 
Zij ziet dat veel ondernemers bereid zijn om mensen met een arbeidsbeperking een kans te geven, maar dat zij ook vaak beren op de weg zien. Het structureel maken van de no-risk polis zal velen over de streep trekken, verwacht de staatssecretaris En de kandidatenverkenner kan helpen bij het vinden van de juiste personen voor de juiste plekken.

Maatregelen Sociale Zaken en Werkgelegenheid per 1 januari 2017

Kindregelingen

  • Het maximumbedrag voor het kindgebonden budget voor het eerste kind gaat omhoog naar € 1142. Ook voor het tweede kind gaat het maximumbedrag omhoog naar € 898. Gezinnen met een laag of middeninkomen met 2 kinderen kunnen in 2017 maximaal € 2040 krijgen. Wie nog meer kinderen heeft, krijgt per kind € 285 extra.
  • De kinderopvangtoeslag gaat omhoog. Op 20 december is voor het eerst een hoger bedrag uitgekeerd. De Belastingdienst betaalt de toeslag namelijk vooruit.
  • Met de wijziging van de Algemene kinderbijslagwet en de onderliggende Regeling dubbele kinderbijslag om onderwijsredenen, wordt het ongewenste onderscheid ongedaan gemaakt tussen leerlingen die naast hun topsportopleiding naar het voortgezet onderwijs gaan en leerlingen die beroepsonderwijs volgen. De wijziging treedt in werking per 1 januari 2017 en werkt terug tot 1 oktober 2016.

Aanpassingen Wet banenafspraak

  • Mensen met een arbeidsbeperking uit de doelgroep van de Participatiewet, van wie op de werkplek via een gevalideerde loonwaardemethodiek is vastgesteld dat zij een loonwaarde hebben onder het wettelijk minimumloon, worden zonder beoordeling door UWV in het doelgroepregister opgenomen. Dit wordt ‘de Praktijkroute’ genoemd. Als iemand via de Praktijkroute is opgenomen in het doelgroepregister telt de baan waarop mensen werken vanaf dat moment mee voor de banenafspraak.
  •  (Ex)-leerlingen van het praktijkonderwijs kunnen zonder beoordeling worden opgenomen in het doelgroepregister, wanneer zij bij UWV een schriftelijk verzoek hiervoor indienen. Dit was al eerder geregeld voor leerlingen uit het voortgezet speciaal onderwijs.
  • Gemeenten worden verplicht een bepaald aantal beschutte werkplekken te creëren.

Lage-inkomensvoordeel (LIV) voor werkgevers

  • Werkgevers krijgen een financiële tegemoetkoming wanneer zij werknemers in dienst hebben die tussen de 100 en 125 procent van het wettelijk minimumloon verdienen en minimaal 1248 verloonde uren per jaar maken. 

Wet aanpak schijnconstructies

  • Werkgevers betalen het volledige minimumloon. Constructies waarbij werkgevers, door bedragen in te houden op, of te verrekenen met het loon, minder dan het hele minimumloon betalen zijn in beginsel verboden. Bijvoorbeeld maaltijdkosten inhouden op het loon.
  • Per 1 januari treedt de ketenaansprakelijkheid voor loonvordering in het goederenvervoer over de weg in werking. Ook opdrachtgevers in het goederenvervoer kunnen hierdoor aansprakelijk worden gesteld voor loonvorderingen van werknemers die arbeid verrichten in het kader van goederenvervoer over de weg.

Arbeidsongeschiktheid

  • Het wettelijk onderscheid tussen vaste en tijdelijke dienstverbanden in de financiering van de WGA komt te vervallen. Hierdoor gaan werkgevers vanaf 1 januari 2017 één gecombineerde WGA-premie betalen en hebben ze de keuze om voor hun gehele WGA-risico eigenrisicodrager te worden of zich publiek te verzekeren.

Fraudewet

  • De hoogte van de boete voor uitkeringsgerechtigden die de inlichtingenplicht overtreden, wordt voortaan afgestemd op de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de overtreder.
  • Daarnaast wordt de mogelijkheid van het geven van een waarschuwing uitgebreid.

Armoede

  • Er is structureel 100 miljoen euro extra beschikbaar om er voor te zorgen dat kinderen die in armoede opgroeien mee kunnen doen. Sociaal, met sport, cultuur en op school.

 

Verzuimgegevens niet te lang bewaren

Op basis van de Wet bescherming persoonsgegevens mag een werkgever de gegevens van werknemers niet oneindig bewaren. Ook voor verzuimgegevens gelden bewaartermijnen.

In de Beleidsregels ‘De zieke werknemer’ die eerder dit jaar werden gepubliceerd, maakt de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) een onderscheid tussen administratieve verzuimgegevens bij kortdurend verzuim en het re-integratiedossier bij langdurig verzuim. Onder de administratieve verzuimgegevens bij kortdurend verzuim vallen de gegevens die de werkgever nodig heeft voor de loondoorbetalingsverplichting, zoals de datum van de ziekmelding, de duur van het verzuim en de hersteldatum.

Bewaartermijn administratieve verzuimgegevens

Voor de administratieve verzuimgegevens geldt dat de werkgever ze mag bewaren zolang dit nodig is voor het doel waarvoor ze verzameld worden. De AP stelt dat een bewaartermijn van twee jaar na het einde van het dienstverband hiervoor redelijk is. Maar is er bijvoorbeeld sprake van een arbeidsconflict, dan kan de werkgever deze gegevens langer bewaren.

Geen wettelijke bewaartermijn re-integratiedossier

Voor het re-integratiedossier (tool) bestaat geen wettelijke bewaartermijn. Toch geldt ook hiervoor dat het niet de bedoeling is dat de werkgever deze gegevens oneindig bewaart. Een redelijke termijn om het re-integratiedossier te bewaren is volgens de AP maximaal twee jaar na afronding van de re-integratie. Concrete afspraken, over bijvoorbeeld aanpassingen in de functie, kan een werkgever wel langer bewaren. Overigens gelden er afzonderlijke regels voor eigenrisicodragers. Zo moet een werkgever die eigenrisicodrager is voor de Ziektewet de gegevens die hij hiervoor nodig heeft vijf jaar bewaren.

Bron: www.rendement.nl