Waar moet je op letten bij een vaststellingsovereenkomst?

Bij ontslagzaken wordt de vaststellingsovereenkomst gebruikt als de werkgever en de werknemer het eens zijn over het ontslag. Hierdoor wordt een gerechtelijke procedure vermeden. Daarnaast kan de werknemer het recht op een WW-uitkering behouden. Maar ben je verplicht akkoord te gaan met zo’n overeenkomst? Wat moet erin staan? En waarop moet je letten bij een vaststellingsovereenkomst om het recht te behouden op een WW-uitkering?

WW-uitkering
Uit een vaststellingsovereenkomst mag niet blijken dat de werknemer een verwijt valt te maken met betrekking tot het ontslag, anders vervalt je recht op een WW-uitkering. Dit is bijvoorbeeld het geval als er in de vaststellingsovereenkomst staat dat de arbeidsovereenkomst is beëindigd omdat je als werknemer je werk niet naar behoren deed. Bij verwijtbaar ontslagen worden moet je verder denken aan zaken als diefstal, vechten op het werk en andere oorzaken die kunnen leiden tot een ontslag op staande voet. Daarnaast moet er ook duidelijk in vermeld worden dat het initiatief bij de werkgever ligt. Deze moet met de eerste zet komen om de arbeidsovereenkomst ten einde te laten komen. Verder moet de geldende opzegtermijn in acht worden genomen door de werkgever.

Wat moet zo’n vaststellingsovereenkomst nu inhouden?
Er zijn een aantal zaken die belangrijk zijn om op te letten als je te maken krijgt met een vaststellingsovereenkomst. We zetten ze voor je op een rijtje.

De opzegtermijn
De werkgever moet zich houden aan de wettelijke opzegtermijn. Doet de werkgever dit niet en ga je akkoord met de vaststellingsovereenkomst, dan kan dit leiden tot problemen met betrekking tot de startdatum van de WW-uitkering. Het UWV zal namelijk wel uitgaan van de wettelijke opzegtermijn, waardoor de WW-uitkering pas ná deze termijn start.

Hoe zit het met vakantiedagen? 
In je vaststellingsovereenkomst moet je laten opnemen wat er gaat gebeuren met zowel je overuren als jouw vakantiedagen. Zullen deze worden uitbetaald? Ga je de vakantiedagen opnemen? 

Getuigschrift
Wat verder ook belangrijk is, is dat je een getuigschrift laat opnemen. De werkgever is verplicht om deze af te geven. Je kunt zelfs laten vastleggen dat je een positief getuigschrift verkrijgt. 

Laat je niet onder druk zetten
Het is zeer belangrijk dat je je als werknemer niet onder druk laat zetten door de werkgever. Het komt dagelijks voor dat de werkgever een werknemer een vaststellingsovereenkomst onder de neus duwt en daarbij aangeeft dat deze overeenkomst morgen ondertekend moet worden. Maar ben je nu verplicht om deze overeenkomst te ondertekenen? Nee, dit is uiteraard niet verplicht. Sterker nog, je hebt na het ondertekenen van de vaststellingsovereenkomst nog een wettelijke bedenktijd van twee weken. Hierdoor kun je het voorstel alsnog teniet laten gaan.

Een vaststellingsovereenkomst ondertekenen als ik ziek ben?
In principe is het niet verstandig om een vaststellingsovereenkomst te ondertekenen als je ziek bent. De kans bestaat immers dat je hierdoor geen recht meer hebt op een WW-uitkering of een ziektewetuitkering. De hoofdregel is dat de werknemer die in de eerste 2 jaar van zijn of haar ziekte meewerkt aan het beëindigen van zijn of haar dienstverband, vanaf het einde van het dienstverband geen aanspraak kan maken op een ZW-uitkering. De uitzondering hierop is de situatie waarin er een beëindiging van de arbeidsovereenkomst plaatsvindt met wederzijds goedvinden als gevolg van verwijtbaar handelen van de werkgever, slecht functioneren of een verstoorde arbeidsrelatie tussen werkgever en werknemer. Hieraan moet worden toegevoegd dat de kans tot het toewijzen van het ontbindingsverzoek door de kantonrechter zeer groot moet zijn. 

 

Vacature bij Werkpad, trajectbegeleider/jobcoach

Werkpad is een re-integratie/jobcoachbedrijf voor mensen met een zintuiglijke en/of communicatieve beperking en biedt begeleiding naar én op de arbeidsmarkt. Werkpad is een afdeling binnen de moederorganisaties Kentalis en Bartimeus .

Werkpad werkt landelijk en heeft o.a. locaties in Sint-Michielsgestel, Ermelo, Rotterdam, Zoetermeer, Amsterdam, Arnhem, Haren en Utrecht.

Bij Werkpad werken dertig mensen verdeeld over Nederland.

In verband met het vertrek van een collega uit het team in Amsterdam is Werkpad op zoek naar


 ARBEIDSCONSULENT / JOBCOACH

voor  28 uur

Voor de doelgroepen mensen met het Autisme Spectrum Stoornis en mensen met een auditieve en communicatieve beperking (doof, slechthorend en spraaktaalmoeilijkheden.)

Werkzaamheden:

De arbeidsconsulent draagt zorg voor bemiddeling, plaatsing en nazorg van cliënten bij plaatsing in een reguliere dan wel gesubsidieerde arbeidsplaats. Hiertoe houdt de consulent zich bezig met acquisitie van arbeidsplaatsen en het matchen van arbeidsplaatsen en cliënten. De arbeidsconsulent is zelf verantwoordelijk voor het binnen halen van voldoende opdrachten. De cliënten zijn doof of slechthorend of hebben een communicatieve beperking en verschillen in leeftijd, achtergrond en intelligentieniveau.

Wat verwachten wij:

·         Kennis op HBO werk- en denkniveau in een richting op het gebied van arbeidsintegratie;

·         Kennis van relevante wet- en regelgeving, van verschillende begeleidingsmethodieken en van de sociale kaart;

·         Ervaring met mensen met auditieve en of communicatieve beperking en/of ervaring met mensen met een autisme spectrum stoornis

·         Kennis van de Nederlandse gebarentaal (voor de auditief beperkten clienten) is een pre.

·         Commercieel inzicht;

·         Resultaatgericht werkstijl;

·         Ervaring met acquisitietaken;

·         Beschikking over een rijbewijs en auto.

 

Wat mag jij verwachten:

·         Een stimulerende werkgever met een prettige en informele werksfeer;

·         Prettige en uitdagende werkomstandigheden;

·         Kansen om je verder te ontwikkelen;

·         Een dienstverband voor bepaalde tijd tot 1 maart 2019 met uitzicht op verlenging.

Van arbeidsconsulenten wordt verwacht dat zij aanspreekbaar zijn op (onder meer) de volgende competenties: coachen, gespreksvaardigheid, flexibiliteit, plannen en organiseren, probleemanalyse en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid.

Afhankelijk van je capaciteiten en wensen word je in staat gesteld je competenties verder te ontwikkelen.

Wat ga je verdienen?

Het salaris is ingedeeld in FWG 50, zoals omschreven in de cao gehandicaptenzorg 2017-1019 (minimaal € 2285,- en maximaal € 3416,- bij een volledige werkweek). De overige arbeidsvoorwaarden zijn conform bovengenoemde cao.

Bijzonderheden
Referenties & verklaring omtrent gedrag (VOG)

Het opvragen van referenties is onderdeel van onze selectieprocedure. Het aanvragen en overhandigen van een verklaring omtrent gedrag (VOG) is verplicht als je bij ons komt werken.

Interne kandidaten                                                                                    
Ben je een interne kandidaat? Dan heb je bij gelijke geschiktheid de voorkeur boven externe kandidaten. Ben je een interne kandidaat met een voorrangspositie? Geef dit door bij je sollicitatie.

Doelgroep

Kentalis vraagt kandidaten met een beperking (doof of slechthorend, doofblind, TOS, ASS met spraak- en taalstoornissen) uitdrukkelijk om te solliciteren. De consulent doelgroepenbeleid - Pascalle Hessels - kan je ondersteunen bij je sollicitatie.

Alléén als je tot één of meerdere van bovenstaande doelgroepen behoort, geef dit ook aan in het sollicitatieformulier, stuur je sollicitatie dan niet alleen via de sollicitatiebutton, maar ook per e-mail naar Pascalle via p.hessels@kentalis.nl

Extra informatie

Vragen over de functie kunnen worden gesteld aan Bert van Lith (teamcoach), bereikbaar via 06 5478 2856 of b.van.lith@werkpad.nl

Neem voor algemene informatie contact op met P&O via 073 558 8309 of werkenbijkentalis@kentalis.nl

Ben je geïnteresseerd in deze vacature? Solliciteer vóór 28-1-2018. Let op: je komt dan in een pagina waarbij je eerst akkoord moet aanvinken voor de privacy statement voordat je op verder kunt klikken en het reactieformulier kunt invullen.

 

 

 

Onrealistische eisen in vacature grootste afknapper voor sollicitant

Werkgevers die hoge eisen stellen in hun vacatures, kunnen zich beter even achter de oren krabben. Bijna de helft van de werkzoekenden knapt af op een onrealistische eisenlijst, zo blijkt uit onderzoek

Voor het onderzoek, uitgevoerd door hr-dienstverlener Unique, werden 2420 (potentiële) werkzoekenden gevraagd naar hun ervaringen met vacatures. Maar liefst 48 procent zegt af te haken wanneer ze een voor hen te hoge eisenlijst zien staan

,,Werkgevers hebben soms onrealistische verwachtingen van sollicitanten. Voor bijvoorbeeld een functie die geschikt zou zijn voor een pas afgestudeerde, vragen ze wel vijf jaar werkervaring,’’ zegt een woordvoerder van Unique. ,,Dat verschil praat je niet goed in een sollicitatiegesprek, waardoor mensen het niet eens proberen. Ze krijgen het gevoel dat ze überhaupt niet in aanmerking komen.'' Als werkgever vasthouden aan te hoge eisen, is niet slim. ,,De huidige krapte op de arbeidsmarkt zorgt ervoor dat veel sollicitanten makkelijk verder kunnen kijken.’’

Saai

Tweede op de lijst van vacature-afknappers is de inspiratieloze vacaturetekst. Van de ondervraagden zegt 22 procent hierdoor verder te kijken. ,,Door zo’n standaardtekst kunnen sollicitanten een verkeerde indruk krijgen van de cultuur bij een bedrijf. Een hele saaie tekst kan het laten lijken of je als sollicitant ook op een saaie werkplek terecht kan komen. Kandidaten denken dan dat daar werken toch niet bij hun past.’’

Ook het ontbreken van informatie over salaris en secundaire arbeidsvoorwaarden laat sollicitanten verder kijken. Twintig procent zegt hierop af te knappen.

Maar wat willen sollicitanten dan wel zien in een vacature? Werkgevers die meer kandidaten willen lokken, kunnen het best de ontwikkelmogelijkheden binnen het bedrijf onder de aandacht brengen. Voor 41 procent maakt bijvoorbeeld de mogelijkheid om een opleiding te volgen een functie aantrekkelijker.

Doorgroeien

Ontwikkelmogelijkheden maken een baan interessant op de lange termijn. ,,Werknemers willen vooral niet vastzitten in een functie. Ze willen zich ontwikkelen en relevant blijven op de arbeidsmarkt. Maar als je ergens eenmaal op je plek zit, wil je niet weg hoeven om dat te kunnen doen. Mogelijkheden om je intern te ontwikkelen, zodat je op termijn bijvoorbeeld naar een hogere functie kunt doorstromen, zijn daarom een meerwaarde.’’

Sollicitanten letten ook op andere secundaire arbeidsvoorwaarden. Voor vijfentwintig procent staat een goede pensioenregeling hoog op de prioriteitenlijst. Van de ondervraagden vindt 21 procent het vooral belangrijk of er een dertiende maand wordt uitbetaald. Voor acht procent ten slotte is de lease-auto een harde eis tijdens de onderhandelingen. 

Na twee jaar zoeken heeft 80 procent van de arbeidsbeperkten die op de wachtlijst stonden voor de sociale werkplaats, nog steeds geen werk.

Arbeidsbeperkten die voorheen op sociale werkplaatsen terechtkonden, zijn in een uitzichtloze situatie beland nu zij onder de Participatiewet vallen en werk moeten vinden bij een reguliere werkgever. Dat lukt niet, blijkt uit onderzoek van de Inspectie SZW: 80 procent van hen had na twee jaar nog steeds geen werk gevonden.

De onderzoekers keken naar de elfduizend mensen die eind 2014 op de wachtlijst stonden voor een plek op de sociale werkplaats. Zij kunnen niet meer bij sociale werkplaatsen (SW-bedrijven) terecht omdat die sinds 2015 geen nieuw personeel mogen aannemen. Alleen de allerzwakste groep kan nog binnen de muren van de SW-bedrijven komen op een zogeheten beschutte werkplek.

Vergeten groep

Van de mensen die op de wachtlijst voor de sociale werkplaats stonden, heeft 20 procent wel werk, maar de helft doet dat met behoud van uitkering. “Dit is zeer verontrustend en teleurstellend”, reageert Illya Soffer, directeur van Iederin, de organisatie voor mensen die chronisch ziek zijn of een handicap hebben. “Er ontstaat een totaal vergeten groep.”

De moed is velen inmiddels in de schoenen gezakt. Bijna 60 procent van de ondervraagden denkt nooit meer een betaalde baan te vinden, zo lieten zij de Inspectie SZW weten. Soffer: “Dat is onthutsend veel.” Ze noemt de hulp die deze mensen krijgen mager. Uit het rapport blijkt dat meer dan de helft van de arbeidsbeperkten die in 2014 op een wachtlijst stonden, het laatste halfjaar geen contact had met het UWV of de gemeente.

Ontkent 

Jan-Jaap de Haan, directeur van Cedris, de vereniging voor SW-bedrijven, ontkent dat dit een vergeten groep is. “In het rapport staat ook dat 80 procent wel enige vorm van ondersteuning heeft gehad in de eerste twee jaar.” Maar de groep die eind 2014 nog op de wachtlijst stond, is ‘zwak’, aldus De Haan. “Weinigen van hen zijn in staat bij een reguliere werkgever te werken. Dat is destijds te positief ingeschat.”

De Haan oppert dat deze groep kan proberen om voor beschut werk in aanmerking te komen. De Inspectie SZW noemt de arbeidshandicap echter maar bij 20 procent ernstig. De overige 80 procent heeft een matige beperking, en het is dus maar de vraag of zij voor een beschutte plek in aanmerking komen.

Averechts

Soffer: “Alle veranderingen in de wetgeving waren juist bedoeld om arbeidsparticipatie te bevorderen. Deze mensen is toegezegd dat ze voorrang zouden krijgen bij het banenplan, waarbij is afgesproken dat werkgevers en overheden werk gaan creëren voor 125.000 mensen met een arbeidsbeperking. Daar is dus niets van terechtgekomen. Nog sterker: het is bij deze groep totaal averechts uitgepakt.”

Degenen die wel werk hebben gevonden bij een reguliere werkgever zijn daar heel blij mee. 80 tot 90 procent van hen voelt zich trots en ervaart het werk als zinvol. Wel vindt bijna de helft het werk lichamelijk zwaar. Bij bijna 60 procent zijn er op het werk geen aanpassingen gedaan. De helft ervaart daardoor problemen met het tempo.

artikel stond op www.trouw.nl

Werken met een arbeidsbeperking levert meer op dan bijstand

Nieuwsbericht | 14-12-2017 | (artikel stond op www.trouw.nl)

Staatssecretaris Tamara van Ark koerst aan op een regeling waarbij het inkomen van mensen met een arbeidsbeperking wordt aangevuld tot minimumloon. Dit gaat om mensen die vanuit de Participatiewet met loondispensatie gaan werken. Als zij meer uren gaan werken, stijgt het inkomen mee.

Staatssecretaris Van Ark  gaat samen met gemeenten, werkgevers, cliëntenraden, vakbonden en andere betrokkenen een loonaanvullingsregeling ontwerpen die hier voor zorgt. Dat schrijft zij vandaag in een brief aan de Tweede Kamer. 
 

 'Ik vind het belangrijk dat zo veel mogelijk mensen aan de slag kunnen,' zegt Van Ark, 'daarom wil ik ook voor mensen met een beperking de kans op werk vergroten. Dat moeten mensen ook in de portemonnee voelen. Je moet aan werk meer overhouden dan aan een uitkering. Werk zorgt ook voor een gevoel van eigenwaarde en onafhankelijkheid.'
 
In het regeerakkoord is afgesproken om loonkostensubsidie in de Participatiewet te vervangen door loondispensatie. Van Ark heeft de zorgen gehoord over hoe de nieuwe regeling er uit zou gaan zien. Daarom besluit zij tot een regeling te komen met de volgende randvoorwaarden:

  • Het inkomen van mensen die gaan werken met een loonaanvulling moet hoger zijn dan wat zij aan uitkering zouden krijgen zonder werk. Ook moeten mensen die méér uren gaan werken er ook vooruitgaan.  Van Ark koerst er op dat mensen met een arbeidsbeperking worden aangevuld op een niveau van het minimumloon per gewerkt uur.
  • De regeling moet voor werkgevers eenvoudig zijn om uit te voeren en aansluiten bij regelingen waar zij al mee te maken hebben. Immers, werkgevers leveren de banen. Op dit moment hebben werkgevers te maken met loondispensatie voor mensen die vanuit de Wajong een aanvulling krijgen en met loonkostensubsidie voor mensen die werken via de Participatiewet. Eenduidigheid voor werkgevers in de regelingen vergroot de kans dat zij mensen met een arbeidsbeperking aannemen en zorgt dus voor meer werk.

Met de middelen die vrijvallen kunnen gemeenten meer mensen aan het werk helpen. De nieuwe regeling met loondispensatie zal gaan gelden voor nieuwe arbeidscontracten. Voor bestaande arbeidsrelaties verandert er niets.

Sociale werkplaatsen moeten dicht, maar gaan onder een andere vlag verder. Met veel slechtere arbeidsvoorwaarden.

Op www.Trouw.nl lazen we het onderstaande artikel:

De deuren van de meeste sociale werkplaatsen zijn helemaal niet dicht. Sinds de komst van de Participatiewet in 2015 mag officieel niemand er meer in. Via natuurlijk verloop moeten de sociale werkplaatsen (plekken waar mensen met een handicap onder begeleiding aan de slag kunnen) over een bepaalde tijd niet meer bestaan. Maar intussen stromen gewoon nieuwe arbeidsbeperkten de sociale werkplaatsen binnen, maar nu onder een andere naam: ‘beschut werk’, en onder slechtere arbeidsvoorwaarden.

Lees verder na de advertentie

 

“Het idee van de Participatiewet was dat iedereen, en dus ook alle mensen met een beperking, bij een reguliere werkgever aan de slag moeten”, legt Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt aan de Universiteit van Tilburg, uit. “Maar al snel werd duidelijk dat dat echt niet kan, en er voor de meest kwetsbare groep toch echt een vorm van beschut werk moest komen.”

Daarom kregen de gemeenten de opdracht om op termijn 30.000 mensen beschut werk aan te bieden. Dit kabinet heeft dat uitgebreid naar 50.000 plekken. De gemeenten ondernemen zelf echter nagenoeg geen actie. Slechts enkele honderden plekken beschut werk zijn er landelijk. En naar nu blijkt bijna allemaal ‘gewoon’ bij de sociale werkplaats.

Beschut werk is inderdaad een nieuwe naam voor iets wat al bestond

Jos Canton, secretaris-directeur Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant

Zelfde werk

Mensen op een beschutte werkplek doen hetzelfde werk als de mensen die al voor 2015 op de sociale werkplaats werkten. Met evenveel begeleiding, alleen voor een lagere beloning en zonder cao. De circa 90.000 mensen die nog onder de oude Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) vallen, krijgen een salaris dat kan oplopen tot 130 procent van het minimumloon. Ze bouwen pensioen op en krijgen reiskostenvergoeding. Wie onder de Participatiewet valt en werkt bij het sw-bedrijf op een beschutte werkplek krijgt maximaal 100 procent van het minimumloon, geen pensioen en geen reiskostenvergoeding.

“Beschut werk is inderdaad een nieuwe naam voor iets wat al bestond”, bevestigt Jos Canton, al meer dan twintig jaar secretaris-directeur van het Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant. “De sociale werkplaatsen waren te groot en te duur. Dus het moest voor minder mensen toegankelijk worden en goedkoper. Dat is gebeurd en dat noemen we nu ‘beschut werk’.”

Ook Jan-Jaap de Haan, directeur van de branchevereniging van sociaal werk, Cedris, beaamt dat. “Op dit moment ziet beschut werk er inderdaad nog niet anders uit dan werken bij het sociale werkbedrijf.” De sociale werkplaatsen moesten toch dicht? Daar was toch een sterfhuisconstructie voor bedacht? De Haan ontkent: “De stoel van een WSW’er die vertrekt, mag worden ingevuld door iemand die beschut werk doet.”

Er zat eigenlijk helemaal geen idee achter

Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt

Eerlijk

Maar gemeenten kregen toch de opdracht om niemand meer toe te laten op de sociale werkplaatsen en nieuwe beschutte werkplekken te creëren? Hoogleraar Wilthagen: “Dat was de boodschap ja. Maar dat was niet goed doordacht. Er zat eigenlijk helemaal geen idee achter. Gemeenten wisten niet wat te doen. Nieuwe gebouwen neerzetten om beschut werk te creëren? Waarom zou je dat doen als er al sociale werkplaatsen zijn? Dat doen ze dus ook niet.”

Het stoort Wilthagen wel dat daar niet open over is gecommuniceerd. “Wees er gewoon eerlijk over. Zeg dan ook: mensen op beschutte werkplekken doen hetzelfde werk als op een sociale werkplaats maar voor minder loon.” Is de naam ‘beschut werk’ bedacht om van de dure cao voor sociale werkplaatsen af te komen? “Nou, zo zou ik het niet formuleren”, reageert Cedris. “Als we zeggen ‘beschut werk is hetzelfde als sociale werkplaats’, dan krijg je stilstand. Dan ondermijn je de ontwikkeling die we hebben ingezet. Beschut werk moet ook tijdelijk kunnen zijn, als opstap.” Daarmee doelt De Haan op het streven om ­iedereen met een arbeidsbeperking bij een reguliere werkgever te plaatsen.

 

Drie vrouwen over de invloed van autisme op hun leven

Leven met autisme
Bij vrouwen valt autisme minder op dan bij mannen, waardoor de diagnose vaak laat wordt gesteld. Drie vrouwen vertellen hoe dit hun leven bepaalde. Dit artikel stond op NRC.nl


Vrouwen met autisme zouden de symptomen van hun aandoening beter ‘camoufleren’ dan mannen. Maar doordat dit veel energie kost, eindigen zij relatief vaak met een burnout of een depressie, bleek vier weken geleden uit een artikel in de wetenschapsbijlage van NRC. Hoewel autisme lang vooral als een mannenaandoening is gezien, komt de stoornis onder vrouwen mogelijk helemaal niet zoveel minder vaak voor, stelde hetzelfde artikel. Werd de man-vrouwverhouding tot voor kort geschat op vijf op één, volgens sommige onderzoekers komt twee op één dichter in de buurt.
Bij volwassen vrouwen én mannen is sprake van een „inhaalslag” bij het stellen van de diagnose autisme, meent Wouter Staal, kinder- en jeugdpsychiater bij Karakter en het RadboudUMC en bijzonder hoogleraar autisme bij de faculteit sociale wetenschappen in Leiden. „De psychiatrie heeft aanvankelijk vooral aandacht gehad voor kinderen met autisme. De vertraging in de diagnose die daardoor bestond, wordt nu ingehaald.” Bij vrouwen speelt daarnaast mee dat ze pas later in hun ontwikkeling lijken vast te lopen, zegt Staal. Hij betwijfelt of het woord ‘camouflage’ op z’n plaats is voor de manier waarop zij met hun aandoening omgaan. „Camoufleren is hier vaak geen bewuste keuze. Ik zou zeggen dat vrouwen in bredere zin meer vaardigheden hebben dan mannen om ermee om te gaan. Sociaal-cognitieve vaardigheden zijn bij vrouwen over het algemeen beter ontwikkeld dan bij mannen.” Dat is wellicht de reden dat jongens met autisme „eerder vastlopen” dan meisjes.
Niet altijd zichtbaar
Hoe beïnvloedt de autismespectrumstoornis (ASS), zoals de aandoening sinds kort wordt genoemd, het leven van vrouwen die eraan lijden? Bijna veertig vrouwen reageerden op een oproep van NRC om hierover te vertellen. Ze willen graag meer aandacht voor de stoornis, omdat ze ervaren dat er veel misverstanden over bestaan. In hun omgeving, maar ook bij henzelf. 
„Ik merk dat mensen nog steeds niet echt weten wat autisme inhoudt en dat het niet altijd zichtbaar is, zeker bij vrouwen met hoge intelligentie”, schrijft een van hen. Een ander: „Ik ben ogenschijnlijk vrij ‘normaal’ – sterker nog: ik ben zeer communicatief vaardig, ik ben aardig, breed ontwikkeld, geïnteresseerd, vrolijk. Zelfs ik zie vaak niet waarom ik anders ben. Maar ik ben het wel.”
Autisme is vaak lastig te diagnosticeren, en Staal heeft de „louter op eigen ervaring gestoelde” indruk dat er méér mensen ten onrechte als autist worden gediagnosticeerd dan dat de diagnose wordt gemist. „De eerste stap bij het stellen van de diagnose is vragen of er sprake is van disfunctioneren. Die vraag wordt vaak overgeslagen en er wordt vooral gekeken naar opvallend gedrag.”
Wie écht autistisch is „kan zijn ontwikkelingstaak niet vervullen”, zegt Staal. „Pubers die in hun ontwikkeling hun identiteit niet kunnen vormen. Peuters die in de wereld niet op onderzoek uit gaan, terwijl dat zo belangrijk is voor hun ontwikkeling.” Kenmerken lopen sterk uiteen. Mensen met autisme hebben vaak moeite met sociale interactie en verwerking van prikkels, zoals geluid of licht. In het algemeen, zegt Staal, is het moeilijk „informatie te integreren”. Staal: „Het brein van autisten werkt als een niet goed bekabelde computer. De verwerking van informatie verloopt moeizaam. De patiënt gaat dan, wanneer er veel gevraagd wordt, net als zo’n computer, vastlopen.”
Anne van de Beek (29) uit Utrecht: ‘Ik kijk eerst de kat uit de boom’ 
‘Toen ik op mezelf ging wonen, op mijn achttiende, ben ik vastgelopen. Aan het einde van de middelbare school had ik al last van angsten en depressies. Ik was vaak gepest. Mijn identiteit was helemaal afgebroken. Ik wist niet meer wat ik leuk vond of wat ik goed kon. Ik wist niet meer wie ik was. Ik viel buiten de groepjes. 
„Ik woonde ver weg, in Doetinchem, en moest op kamers om de universitaire studie van mijn keuze te kunnen volgen. Film- en televisiewetenschappen in Utrecht. Ik kon de veranderingen niet goed aan. Ik werd somber en depressief, was eenzaam en vond het leven niet veel waard. Ik was wantrouwend en had altijd het idee dat mensen zich tegen me zouden keren. Ik maakte wel contact, had ook wel wat vrienden gemaakt, maar dat kostte veel energie. Ik durfde niet alleen naar de gebouwen waar colleges werden gegeven. Ik wist niet wat ik aan zou treffen. Ik wachtte buiten op iemand die ik kende met wie ik samen naar binnen kon gaan. Als dat niet lukte, ging ik niet. Als ik twee colleges snel achter elkaar had, was ik bang dat ik bij een van de colleges te laat zou komen en dat wilde ik niet. Dan zou alle aandacht op mij zijn gericht. Dus ging ik niet. 
„De studentenpsycholoog wees me op assertiviteitstrainingen. Maar die waren ’s avonds en daar durfde ik niet naartoe. Bovendien waren die trainingen in een groep. Ook dat durfde ik niet. Zo liep ik tegen allerlei grenzen aan. De psycholoog heeft me in het tweede jaar van mijn studie doorverwezen naar het autismecentrum van een ggz-instelling. In de tijd dat ik op de wachtlijst stond, kwam ik zelf tot het besef dat ik heel goed de diagnose autisme zou kunnen krijgen. Ik was blij dat ik iets had gevonden dat mij beschreef. Ik las boeken waarin ik me herkende. Bij het autismeteam werd me verteld dat ik het Syndroom van Asperger had, een diagnose die nu niet meer wordt gesteld, nu heet alles autismespectrumstoornis. De diagnose gaf rust.
„Ik ben arbeidsongeschikt. Door het autisme, maar ook omdat ik chronische migraine heb. Alle prikkels kosten onevenredig veel energie. Daarom breng ik tachtig procent van de tijd hier thuis door. Buiten mijn huis ben ik altijd heel alert. De momenten dat ik boodschappen doe of bij vrienden ben, zijn zeldzaam. Het kost veel tijd daarvan te herstellen, om de prikkels te verwerken. Als ik naar een winkel ga, kan ik onderweg een wegversperring tegenkomen. Dat is ingewikkeld. Ik weet niet welke kant ik op moet. Als ik boodschappen doe, en een van de ingrediënten voor een maaltijd is er niet, moet ik een alternatief bedenken, ter plekke, met alle tl-licht en kleuren van verpakkingen op me gericht. Ook dat is ingewikkeld. Ik heb moeite met verstoringen. Ik kan niet tegen mensen die onverwacht aanbellen om een kopje suiker te lenen. Ik heb liever dat ze me eerst een appje sturen.
„Voordat ik wist dat ik autisme had, wist ik niet dat er regels zijn voor sociaal contact waar niemand het over heeft. Dat je meer verbinding met iemand maakt als je diegene in de ogen kijkt. Na de diagnose kreeg ik trainingen in sociale vaardigheden en ik kreeg psycho-educatie over hoe mijn autisme zich uit. Ik las boeken over hoe je contact maakt met andere mensen. Ik heb veel geleerd. Ik heb geleerd hoe je over koetjes en kalfjes moet praten. Het weer is altijd een goed onderwerp. Het blijft natuurlijk wel altijd op het niveau van analyse en niet op gevoel. 
„In nieuwe situaties heb ik geen idee wat ik moet doen. Wat moet ik antwoorden als iemand vraagt wat ik in het dagelijks leven doe? Moet ik dan alles meteen eerlijk vertellen? Je moet inschatten of de ander een oppervlakkig antwoord wil, of wil horen dat ik in de Wajong zit maar wel een eigen bedrijfje heb. Dat ik in opdracht schrijf over privacy en security op internet. Dat ik blogs schrijf. Dat ik fotografeer. Ik kijk dus eerst de kat uit de boom. Ik wil een beredeneerde inschatting van een situatie maken en dan pas instappen. Ik heb geleerd zo normaal mogelijk over te komen en aardig te worden gevonden. Het lastige is de context. Dat moet je aanvoelen. Als iemand hier een kopje suiker komt lenen, dan is het niet passend die persoon binnen te vragen en uit te horen over hoe het nou zo ver is gekomen dat hij geen suiker meer heeft.
„Ik heb meer vrienden gekregen. Die zijn een soort spiegel van jezelf. Door de feedback die ze geven leer je meer over jezelf. Ik heb altijd graag van betekenis willen zijn voor een ander. Als iemand een probleem aan je vertelt, zijn er verschillende tactieken om te reageren. Je kunt iemand troosten. Of meelevend zijn. Mensen kwamen nooit naar mij met hun probleem. Nu gebeurt dat vaker. Dat komt onder meer omdat ik heb afgeleerd bij emotionele kwesties meteen een praktisch advies te geven. Dat wordt namelijk niet altijd op prijs gesteld. 
„Inmiddels heb ik vrienden die me niet afstoten als ik iets raars zou doen. Ze weten dat ik een oprecht, eerlijk en aardig persoon ben. Dat geeft veiligheid, waardoor ik weer meer uitdagingen aan durf te gaan.”
Mirjam Schoenmaker (53) uit Haarlem: ‘Ik deed elke dag meer dan ik kon. Dat gaat mis’ 
‘Ik heb me laten onderzoeken nadat mijn twee zoons allebei autisme bleken te hebben. Ik ben een bewust alleenstaande moeder. Ze zijn negentien en zeventien. De oudste reageerde vanaf zijn geboorte inadequaat. Als de zon scheen, ging hij huilen. Als hij viel, kwam hij niet naar me toe om zich te laten troosten. Ik dacht in het begin dat hij doof was. Op school verveelde hij zich te pletter. Hij was eigenwijs. De school verweet mij dat ik hem te vrij had opgevoed. Hij bleek autisme te hebben. Het was een wonder, zo bleek, dat ik het tot zijn negende jaar alleen heb gered en dat ik het eigenlijk heel goed had gedaan. 
„Mijn jongste zoon is op een heel andere manier autistisch. Hij was een driftig, boos kind. Op prikkels reageerde hij wel adequaat. Maar op school zat hij alleen maar onder tafel. Inmiddels zijn mijn kinderen uit huis. Ze hebben veel begeleiding nodig en ik kan dat niet meer bieden. De oudste woont beschermd, de jongste woont in een psychiatrisch centrum voor jeugdigen.
„Ik wist dat mijn broer en mijn vader autisme hadden. Ik dacht: misschien heb ik het ook. Mijn vader kon niet tegen geluid. Als hij thuis kwam, wilde hij eerst een glas melk en als dat niet klaar stond ontplofte hij. Als de aardappels niet goed gaar waren, ontplofte hij ook. Thuis moest ik op eieren lopen. Hij had om de haverklap ruzie met zijn broers. Dat waren ook moeilijke mannen. 
„Uit een eerste onderzoek kwam dat ik geen autisme had. Later hoorde ik een klinisch psycholoog vertellen dat vooral vrouwen veel moeite doen hun autistische gedrag te camoufleren en te compenseren. Dat herkende ik. Ik heb me opnieuw laten onderzoeken en toen was er geen twijfel mogelijk. Dat was drie jaar geleden. Ik was opgelucht. Sinds die diagnose hoef ik me niet meer druk te maken over wat ik allemaal niet kan. Ik ben snel vermoeid. Ik vind dit een fijn gesprek, maar ik ben straks wel kapot. Mijn hele volwassen leven heb ik periodes van depressies en burn-out gehad. Op mijn twintigste gingen mijn vriendinnen studeren en daarna werken. Ik hield dat niet vol. Ik studeerde psychologie in Amsterdam. Na een half jaar zat ik weer thuis. Ik kon niet plannen. Ik ben heel slim, maar ik heb nooit leren leren. 
„Ik zie het als mijn missie om mensen met autisme zelf te laten bepalen wat ze willen.
„Ik heb wel een hbo-opleiding afgemaakt en ben röntgenlaborant geworden, en daarna echoscopiste. Ik was 28 en werkte in een ziekenhuis. Maar het was te veel. Aan het einde van een dag werken was ik heel moe. Als ik thuiskwam, moest ik nog koken. Terwijl ik meteen naar bed had gemoeten. Ik deed dus elke dag meer dan ik kon. Na verloop van tijd gaat dat dan mis. Ik ben in de WAO terecht gekomen.
„Ik zie het als mijn missie om mensen met autisme zelf te laten bepalen wat ze willen. Als iemand graag wil koken, is dat prima. Maar als mijn zoon daar grote moeite mee heeft, dwing hem dan niet en zorg dat hij op een andere manier gezond eet. Hij ontwikkelt op de computer allerlei werelden en talen. Daar vermaakt hij zich prima mee, maar de maatschappij vindt dat niet genoeg. Die vindt dat hij moet participeren. Zonder dagbesteding kan hij niet gelukkig worden, vindt men. Terwijl die jongen dáár ongelukkig van wordt. 
„Ik hoop dat er meer begrip komt voor mensen die niet mee kunnen met de rat race. Mijn autistische broer heeft op z’n dertigste zelfmoord gepleegd. Men vond dat hij weerbaar moest worden. We werden er steeds maar op uit gestuurd. Als hij naar de snackbar ging en zijn patat werd afgepakt, dan moest hij nog een keer. En nog een keer. Hij is gaan studeren en werken. Maar hij kon niet voldoen aan het beeld dat de maatschappij van hem verlangde. Toen heeft hij een einde aan zijn leven gemaakt.
„Ik bescherm mijn kinderen graag. Ook als je niet meedraait in de maatschappij, kun je een waardevol mens zijn. Een diagnose helpt daarbij. Ik heb jarenlang niet kunnen accepteren dat mijn huis nogal chaotisch is. Mijn buurvrouw helpt me nu. Dat accepteer ik. Ik sta mezelf toe dat iemand mij helpt. Ik heb een pakketje eigenschappen die we met elkaar autisme hebben genoemd. Zo zie ik het. Sommige mensen hebben ook wel autistische trekjes, maar pas als je alle eigenschappen hebt, ben je autistisch. Ik vergelijk het weleens met het leren van een vreemde taal. Andere mensen denken dat je de taal volkomen beheerst, maar zelf weet je dat je sommige uitdrukkingen niet kent. Of vergelijk het met griep: sommige mensen zijn weleens verkouden, maar ze hebben geen griep. Ik wel. Ik heb altijd griep. Bij wijze van spreken, dan. Ik heb nooit griep.”
Chantal van de Steeg (35) uit Veenendaal: ‘Mensen vonden me overgevoelig. En arrogant’ 
‘Ik heb bijna drie jaar geleden de diagnose gekregen. Ik heb mijn leven lang depressies gehad. Ik weet eigenlijk niet beter. Op mijn zeventiende ben ik voor het eerst in de hulpverlening terechtgekomen. Een vriend had zelfmoord gepleegd en ik reageerde daar anders op dan anderen. Ik ging op slot. De diagnose was depressie. 
„ Toen ik eind twintig was, ben ik een jaar opgenomen geweest in Oegstgeest. Daar werd na verloop van tijd geopperd dat het weleens autisme zou kunnen zijn. Ik werd kwaad, want ik dacht: omdat de behandeling niet aanslaat, zeggen jullie dat er bij mij iets verkeerd zit. Enkele jaren later las ik een artikel over autisme bij vrouwen. Dat was een eyeopener. Van de kenmerken kon ik het merendeel aanvinken. Ik werd onderzocht. Toen bleek dat er voldoende aanwijzingen waren voor ASS, met name onder hoge sociale druk. 
„De diagnose verklaarde waarom ik me altijd anders heb gevoeld dan een ander, en ik als puber nooit mee heb kunnen praten over jongens en make-up en dat soort onzin. Tegelijk is zo’n diagnose jammer, omdat er nu eenmaal niks aan te doen valt. In je hersenen zit iets wat niet te veranderen is, terwijl ik dat wel graag zou willen. 
„Je moet continu zoeken naar de balans tussen verveling en overvraagd worden. Dat is doodvermoeiend. Ik zou een gebruiksaanwijzing willen hebben, een script, voor elke situatie. Als ik ergens mee bezig ben en mijn dochter van twee komt ertussen, knettert mijn hoofd. Het is alsof een auto steeds afslaat en opnieuw moet starten. Ik vind koken gruwelijk, vooral omdat je moet zorgen dat alle dingen tegelijk klaar zijn. Ik vind het ook irritant als mijn vriend dan thuis komt en mij tussendoor een kus komt geven. Flikker op, denk ik dan. 
Ik wil gewoon m’n ding doen en weer weggaan.
„Wat er ook nog bij komt, zijn de prikkels vanuit mezelf. Als er iets moet gebeuren, stofzuigen of zo, blijf ik daaraan denken. Als mijn vriend een mailtje moet sturen en dat drie dagen niet heeft gedaan, dan blijf ik ernaar vragen. Het wordt snel te veel en als dat gebeurt, ga ik meestal huilen. 
„Vaak denken mensen bij het label autisme dat je achterlijk bent, óf op een bepaalde manier superslim. Zo eenvoudig is het niet. Ik heb de rockacademie in Tilburg gedaan. Wat mij energie kostte, was niet het op en neer reizen en de studie zelf, maar dat van studenten wordt verwacht dat ze van bier houden, en van praten in de kroeg. Dat socializen is aan mij niet erg besteed. Ik weet vaak niet waar ik het over moet hebben. Ik wil gewoon m’n ding doen en weer weggaan. 
„Ik word nergens meer voor gevraagd omdat ik niet gezellig kan kletsen of netwerken. Alleen het woord netwerken al. Afschuwelijk. Ik heb lang op een musicalschool gewerkt. Dat ben ik nu op vrijwillige basis opnieuw gaan doen. Ik neem met een paar kinderen in anderhalf uur liedjes op. Dat kan ik heel goed omdat het resultaatgericht is. Sinds kort werk ik bovendien een dag per week op het kantoor daar. Tot op heden gaat het goed.
„Ik ben voor het eerst in mijn leven niet depressief. Sinds mijn vriend en ik bij elkaar zijn. De verliefdheid heeft kennelijk voldoende stofjes aangemaakt om de boel rustig te houden. Maar depressie is iets waar ik voor moet blijven oppassen. Ik slik antidepressiva en ik denk dat ik daar nooit meer vanaf kom. Gedachten kunnen heel dwangmatig zijn. 
„Wat ik duidelijk zou willen maken, is dat wanneer iets aan de buitenkant niet te zien is, het niet betekent dat het er niet is. Zelfs mensen die dicht bij je staan, kunnen denken dat het best goed met je gaat. Dat is pijnlijk. Je kiest er niet voor om dingen moeilijk te vinden. Ik ben opgegroeid met het idee dat ik me niet zo moet aanstellen. Ze vonden me overgevoelig. En arrogant. Maar ik kon gewoon niet voldoen aan de verwachtingen. Ik had ook liever normaal willen zijn. Ik had willen zijn zoals mijn twee zusjes. Ik had veel eerder moeder willen worden. Dat lukte nooit want ik had nooit relaties. Mijn zusjes waren jonger en werden wel moeder. Ze zagen er altijd tegenop om mij te vertellen dat ze zwanger waren omdat ze wisten dat ik een gigantische kinderwens had. 
„Ik zou ook duidelijk willen maken dat ik een mens ben bij wie dingen op een andere manier binnenkomen. Ik vond laatst een brief op een blog waarin staat hoe mensen zoals ik zich voelen. Dat de dagelijkse praktijk voor ons te vergelijken is met wanneer je in de Ikea loopt, op een zaterdag tijdens een drukke uitverkoop, met een jengelend kind aan je arm, en tegelijk roept iemand een rekensom die je op moet lossen. Dat vond ik mooi bescchreven.

Inclusieve Arbeidsmarkt

Op 6 september j.l. hebben wij u een brief gestuurd met het onderwerp
“Inclusieve Arbeidsmarkt”. Deze brief is aanleiding geweest om met veel
bestuurders en ambtenaren in gesprek te gaan. Uit de gesprekken is het
verzoek gekomen om een korte en bondige opsomming te geven van de
diensten voor mensen met een zintuiglijke beperking. Daar geven wij
graag gehoor aan.
Hieronder vindt u de diensten.
• Energie managen in je werk voor medewerkers met een visuele beperking
“ Hoe kan ik vermoeidheidsklachten beperken en prettig en effectief blijven werken
en welke rol heeft mijn visuele beperking daarin?”
• Werkplek onderzoek voor auditief beperkten
“Onder welke condities kan de medewerker zo optimaal mogelijk functioneren?”
• Loopbaanonderzoek
“Welke arbeidsmogelijkheden heb ik, rekening houdend met mijn competenties
en visuele functies?”
• Arbeidsdeskundig onderzoek
“ Welke re-integratiemogelijkheden zijn er voor mijn zieke medewerker?”
• Functiecreatie
“ Waar is ruimte om meer mensen kosteneffectief vanuit de Participatiewet op mijn
afdeling
in te zetten?”
• Re-integratietrajecten i.v.m. Wet verbetering Poortwachter spoor 1 en spoor 2
“ Hoe kan mijn visueel beperkte medewerker begeleid worden naar ander werk?”
• Outplacement
“ Hoe bevorder ik een duurzame inzet van mijn functioneel beperkte medewerker?”
• Jobcoaching
“ Hoe bevorder ik een duurzame inzet van mijn functioneel beperkte medewerker?”
• Haalbaarheidsonderzoek/re-integratie advies
“ Zijn er nog realistische kansen op de arbeidsmarkt voor mijn zieke medewerker?”
• Begeleiding WIA procedure
“ Hoe kan ik mijn medewerker laten ondersteunen in de WIA procedure?”
• Begeleiding bij sollicitatiegesprekken
“ Hoe krijg ik meer medewerkers met een visuele beperking binnen mijn afdeling?”
• Mobiliteit ‘Zicht op je loopbaan’ intensief
“ Hoe kan mijn medewerker zelf de regie nemen in zijn loopbaanontwikkeling?”
• Arbeidskundig onderzoek
“ Hoe krijgen we inzicht in de mogelijkheden en beperkingen van een medewerker?”
Als resultaat van de gesprekken is de hoop gegroeid dat gemeenten de weg naar de
specialisten
van Werkpad beter kunnen vinden. Met als resultaat het includeren van
nog meer talentvolle mensen.

Wij zijn u graag van dienst.

Namens de voorzitters van de Raden van Bestuur van Bartiméus en Koninklijke Kentalis
Mevrouw J. Nooren
De heer J.H. Bakker


Hoogachtend,
Clemens de Jager
Manager Werkpad
cl.dejager@werkpad.nl
06 1000 94 20

Wat geeft energie in je werk?

Voor 8 cursisten met een visuele beperking draaide het de afgelopen dagen om ‘Energiemanagen in je werk’. ‘Tijdens de training is met elkaar hard gewerkt aan inzicht, (h)erkenning van de eigen werkstressoren en energiebronnen en het gezond communiceren hierover', aldus arbeidsconsulent Frank van der Helm. Daarnaast was er aandacht voor bewegen in de prachtige omgeving van Dennenheul in Ermelo, waar de training werd gegeven. Resultaat? Een persoonlijk actieplan en veel tips rijker.
Enkele reacties
‘Nooit doorgehad dat mijn visuele beperking zoveel impact heeft op mijn energie’;
‘Mede door deze training ga ik werk maken van het aanpassen van mijn computerwerkplek’;
‘Ik heb veel gehad aan de onderlinge contacten en ik vind het fijn te merken dat ik niet de enige ben die met een visuele beperking graag wil werken, maar het moeilijk vind om dit gezond vol te houden’.
Ben je tussen de 18 - 67 jaar, heb je een baan, een visuele beperking en ben je nieuwsgierig naar de training 'Energiemanagen in je werk'? De volgende training staat gepland op 4 en 5 april 2018.
Contact
Voor meer informatie over de training kun je contact opnemen met Frank van der Helm, arbeidsconsulent bij Bartiméus/Werkpad, telefonisch 0341 - 498 500 of per mail fvdhelm@bartimeus.nl.

Geen quotum voor arbeidsbeperkten

Doelstelling wet al behaald

Op grond van de enkele jaren geleden aangenomen Participatiewet moeten werkgevers in de periode 2013-2025 meer mensen met een arbeidsbeperking in dienst nemen. Per jaar wordt door de overheid beoordeeld of er in Nederland genoeg arbeidsgehandicapten in dienst zijn genomen. Voor eind 2016 zouden er 20.500 arbeidsgehandicapten een baan moeten hebben gekregen. Of dit aantal in 2016 is gehaald, wordt in de zomer van 2017 bekend. Mocht het resultaat tegenvallen dan kan de zogenaamde quotumwet in werking worden gesteld. Iedere individuele werkgever die 25 of meer medewerkers in dienst heeft moet dan een vastgesteld percentage aan arbeidsgehandicapten in dienst dient te hebben. Voor elke niet ingevulde baan zal er een boete van €5.000,- opgelegd worden, in de vorm van een opslag op de basispremie WAO/WIA.
Inmiddels is informeel uit de bekende cijfers al wel helder dat werkgevers in 2017 geen minimumaantal werknemers met een arbeidsbeperking in dienst hoeven te hebben.

Als uw onderneming minimaal 25 medewerkers kent, dan raden wij u aan om een overzicht te maken zodat u kunt inschatten hoeveel personen uit de doelgroep arbeidsgehandicapten uw organisatie al (vanaf 1 januari 2013) in dienst heeft. Zie hiervoor het doelgroepregister via de website van het UWV. Hiervoor moet u wel ingelogd zijn op het werkgeversportaal. In het doelgroepregister staan de volgende groepen geregistreerd:

  • Arbeidsbeperkten die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kunnen verdienen;
  • Wajongers met arbeidsvermogen;
  • Mensen met een Wsw-indicatie (ook op de wachtlijst);
  • Mensen met een Wiw-baan/ID-baan.
  • Mensen met een medische beperking, ontstaan voor hun 18de verjaardag of tijdens studie, die zonder voorziening geen WML kunnen verdienen.

SZW: Participatiewet in veel gemeenten niet nageleefd

Een aantal gemeenten lapt de uitvoering van de verscherpte maatregelen in de Participatiewet deels aan de laars.

Dat schrijft de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) in haar recente rapport over de handhaving van de arbeidsverplichtingen voor bijstandscliënten.


Klantmanagers
Op basis van een rondgang bij klantmanagers van gemeentelijke sociale diensten blijkt dat zeker vijf verplichtingen voor bijstandscliënten lang niet altijd worden gehandhaafd. Ook wijken sommige klantmanagers volgens de inspectie naar eigen inzicht af van de wettelijk op te leggen sancties. Een aantal van hen redeneert dat het gedrag van cliënten ook met lichtere sancties kan worden bijgestuurd, zonder dat de cliënt het risico loopt op korte termijn in de schulden te raken.

 

Rechtsgelijkheid
Volgens de inspectie SZW komt door een variërende omgang met de Participatiewet de rechtsgelijkheid in gevaar. Omdat de verplichtingen waarvan wordt afgeweken door veel klantmanagers als onwerkbaar worden gezien, vraagt de inspectie zich af of de Participatiewet in zijn huidige vorm überhaupt te handhaven is. ‘Het is de vraag of deze afstand tussen de wetgeving en de uitvoeringspraktijk kan worden verkleind zonder daarbij ook naar de wetgeving te kijken’, aldus het eindoordeel van het rapport.

Maatwerk
Divosa-voorzitter Erik Dannenberg ging op verzoek van de Inspectie SZW in mei al per brief in op de conceptversie van het rapport. Hij schaart zich in die reactie achter de klantmanagers die maatwerk hanteren. Dannenberg wijst erop dat Divosa het ministerie en de Tweede Kamer al eerder te kennen heeft gegeven dat het de Participatiewet met zijn huidige verplichtingen als onwerkbaar beschouwt.

 

Schiet doel voorbij
De VNG is het met Dannenberg eens. In 2014 waarschuwde de VNG het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Eerste en Tweede Kamer al dat de aangescherpte maatregelen hun doel voorbij dreigen te schieten doordat de nadruk op controle en handhaving komt te liggen in plaats van op participatie door de burger. ‘Het huidige rapport toont naar onze mening dan ook goed aan dat de huidige uitvoeringspraktijk bij gemeenten nog steeds worstelt met de hierboven gestelde opmerkingen’, aldus de VNG.

Met autisme een baan krijgen is niet vanzelfsprekend: 'Wees er toch open over'

autisme RTLnieuws

Zeg je tijdens een sollicitatiegesprek dat je autisme hebt? De ene sollicitant is er open over, de ander wil er niet op worden afgerekend en houdt het voor zich. "Niet elke werkgever reageert even begripvol."

"Zet autisme niet op je cv, dan kan de werkgever je al stigmatiseren voordat hij je gezien heeft", zegt Jeanet Landsman. Ze is onderzoeker en projectleider bij Toegepast Gezondheidsonderzoek (TGO) van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Ze deed diverse onderzoeken naar autisme en werk.

In Nederland hebben 190.000 mensen autisme. Ongeveer 28 procent van hen heeft betaald werk. "Over of je een nieuwe werkgever wel of niet over je autisme vertelt, zijn de meningen verdeeld", zegt Landsman. Toch raadt zij aan de diagnose niet te camoufleren. Als je zeker weet dat dit de goede baan is voor jou, is het beter om eerlijk te zijn.

Oog voor detail
"Vertel het niet lacherig of met humor, maar serieus en positief. Bijvoorbeeld: 'Ik heb de diagnose autisme gekregen en dat betekent voor mij....'" Landsman adviseert om de werkgever daarna meteen te vertellen wat je toegevoegde waarde voor het bedrijf kan zijn. "Zeg bijvoorbeeld dat je urenlang geconcentreerd kan werken en oog hebt voor detail."

Ben ook meteen eerlijk over wat je nodig hebt om goed je werk te kunnen doen. "Als je er tijdens het gesprek achterkomt dat je in een rumoerige kantoortuin moet werken, terwijl jij je alleen kunt concentreren in een rustige werkomgeving. Als dat niet is aan te passen, is dit misschien niet de beste baan voor jou."

Mooi en ideaal, niet realistisch
"Het is mooi en ideaal om eerlijk te zijn over je autisme tijdens je sollicitatie. Toch kiezen veel mensen ervoor dit niet te doen", zegt Joli Luijckx van de Nederlandse Vereniging voor Autisme. "Als mensen ervaren dat hun eerlijkheid verkeerd uitpakt, doen ze het niet nog een keer."

"Als een sollicitant voor een werkgever zit die kennis heeft van autisme, kan hij rekenen op meer begrip. Helaas reageert niet elke werkgever even begripvol." In de ICT-branche is autisme veel geaccepteerd, maar in het onderwijs en de zorg valt volgens Luijckx nog een wereld te winnen.

Deze informatie komt van RTLnieuws, waar ook het filmpje te zien is: de link

Overgangsregeling premiekorting oudere en arbeidsgehandicapte werknemer

Loonkostenvoordelen vervangen vanaf 1 januari 2018 de premiekorting oudere werknemer en de premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer. Voor deze premiekortingen komt een overgangsregeling. 

De premiekorting jongere werknemer wordt niet vervangen. Deze vervalt vanaf 1 januari 2018.  

Loonkostenvoordelen (LKV’s) zijn een nieuwe, jaarlijkse tegemoetkoming voor werkgevers op grond van de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl).

Net als de premiekortingen moeten de loonkostenvoordelen ervoor zorgen dat kwetsbare groepen werknemers betere kansen hebben op de arbeidsmarkt.  

Met ingang van 1 januari 2018 zijn er de volgende vier loonkostenvoordelen:

1.    LKV oudere werknemer
2.   LKV arbeidsgehandicapte werknemer  
3.   LKV doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden
4.   LKV herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer

Overgangsregeling
Voor de premiekorting oudere werknemer en de premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer komt een overgangsregeling. De premiekorting jongere werknemer vervalt op 1 januari 2018.

De overgangsregeling werkt als volgt: 

Als een werkgever gebruik maakt van de premiekorting oudere werknemer of premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer, dan heeft de werkgever vanaf 1 januari 2018 recht op een van de vier nieuwe loonkostenvoordelen, voor de resterende periode dat hij nog recht zou hebben op de premiekorting.  

Drie voorwaarden overgangsregeling
De werkgever moet dan wel aan 3 voorwaarden voldoen. Wat moet u doen?  

1.    U geeft in de aangifte over het laatste aangiftetijdvak van 2017 aan dat u voor een werknemer de premiekorting oudere werknemer of arbeidsgehandicapte werknemer toepast. Als u dat vergeet, dan moet u dat uiterlijk op 1 mei 2018 corrigeren.  
2.    U vult in deze aangifte ook een bedrag aan premiekorting in. Als u dat vergeet, dan moet u dat uiterlijk op 1 mei 2018 corrigeren.  
3.    U geeft in uw aangiften over 2018 aan dat u 1 of meer loonkostenvoordelen voor deze werknemer wilt aanvragen. U vraagt voor de werknemer de loonkostenvoordelen aan die overeenkomen met de premiekortingen waarop u voor hem recht had in het laatste aangiftetijdvak van 2017.

UWV beoordeelt op basis van onder meer de polisadministratie voor welke werknemers de werkgever recht heeft op een loonkostenvoordeel.  

Wel of geen doelgroepverklaring
Voor werknemers die vallen onder de overgangsregeling, hebt u voor het aanvragen van het loonkostenvoordeel geen doelgroepverklaring nodig. Voor het toepassen van de premiekorting oudere werknemer in 2017 is wel een doelgroepverklaring nodig.  

Ervaar hoe het is om een taalontwikkelingsstoornis te hebben!

Kom naar onze TOS-beleving. U ervaart tijdens deze gratis workshop hoe het is om een taalontwikkelingsstoornis (TOS) te hebben. U merkt zelf hoe het is om niet begrepen te worden of uit je woorden te komen. Dit maakt werken met mensen met TOS makkelijker en zorgt voor meer begrip. We organiseren deze workshop speciaal voor onder andere bedrijfsartsen, verzekeringsartsen, arbeidsdeskundigen en professionals die adviseren over arbeid en gezondheid voor mensen met TOS.

Gratis workshop die u veel oplevert
Na deze workshop weet u beter hoe u kunt omgaan met mensen met TOS. U weet waar deze mensen vaak moeite mee hebben en wat de gevolgen zijn. Ook leert u wat mensen met TOS kan helpen in een gesprek.

Vijf procent van de bevolking heeft TOS

Vijf procent van de bevolking heeft een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Bij mensen met TOS wordt taal in de hersenen minder goed verwerkt, waardoor ze bijvoorbeeld moeite hebben met het onthouden en leren van woorden of klanken.

 Locatie

Donderdag 23 november 2017

Bij Kentalis, Vlampijpstraat 78 in Utrecht

Van 9.30 uur tot 11.30 uur

Meld u snel aan!

Meld u aan via info@werkpad.nl. Er is plek voor zestien mensen. Heeft u vragen? Neem via 06 54 78 28 56 contact op met Bert van Lith, coördinator Werkpad.

TOS.png

Week van de loopbaan

Week van de Loopbaan! In de week van 18 tot en met 22 september opent Werkpad haar deuren voor de Week van de Loopbaan. Deze week is een initiatief van de Noloc ( de vereniging voor loopbaanprofessionals).

Iedereen die wil praten over zijn/ haar loopbaanontwikkeling kan tijdens deze week kosteloos een afspraak maken met een loopbaanadviseur in de buurt. Zo kun je op een laagdrempelige manier kennis maken met een loopbaanprofessional van Werkpad.

Wil je weten wat een loopbaanprofessional eigenlijk doet? Of met welk type vraagstukken hij of zij je kan helpen? Of heb je behoefte aan persoonlijk advies over je eigen loopbaan, wil je concrete loopbaanvragen bespreken of misschien een CV check doen? Kom dan tijdens de Week van de Loopbaan ( 18-22 september 2017) langs!

Er zijn een beperkt aantal plekken beschikbaar. Meld je daarom van tevoren aan bij info@werkpad.nl

Vermeld hierbij de regio waar jij een loopbaan professional wil spreken, zodat wij voor jou een persoonlijke afspraak kunnen maken.

Overgangsregeling premiekorting oudere en arbeidsgehandicapte werknemer

Loonkostenvoordelen vervangen vanaf 1 januari 2018 de premiekorting oudere werknemer en de premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer. Voor deze premiekortingen komt een overgangsregeling. 

De premiekorting jongere werknemer wordt niet vervangen. Deze vervalt vanaf 1 januari 2018.  

Loonkostenvoordelen (LKV’s) zijn een nieuwe, jaarlijkse tegemoetkoming voor werkgevers op grond van de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl).

Net als de premiekortingen moeten de loonkostenvoordelen ervoor zorgen dat kwetsbare groepen werknemers betere kansen hebben op de arbeidsmarkt.  

Met ingang van 1 januari 2018 zijn er de volgende vier loonkostenvoordelen:

1.    LKV oudere werknemer

2.    LKV arbeidsgehandicapte werknemer  

3.    LKV doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden 

4.    LKV herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer

Overgangsregeling

Voor de premiekorting oudere werknemer en de premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer komt een overgangsregeling. De premiekorting jongere werknemer vervalt op 1 januari 2018.

De overgangsregeling werkt als volgt: 

Als een werkgever gebruik maakt van de premiekorting oudere werknemer of premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer, dan heeft de werkgever vanaf 1 januari 2018 recht op een van de vier nieuwe loonkostenvoordelen, voor de resterende periode dat hij nog recht zou hebben op de premiekorting.  

Drie voorwaarden overgangsregeling

De werkgever moet dan wel aan 3 voorwaarden voldoen. Wat moet u doen?  

1.    U geeft in de aangifte over het laatste aangiftetijdvak van 2017 aan dat u voor een werknemer de premiekorting oudere werknemer of arbeidsgehandicapte werknemer toepast. Als u dat vergeet, dan moet u dat uiterlijk op 1 mei 2018 corrigeren.  

2.    U vult in deze aangifte ook een bedrag aan premiekorting in. Als u dat vergeet, dan moet u dat uiterlijk op 1 mei 2018 corrigeren.  

3.    U geeft in uw aangiften over 2018 aan dat u 1 of meer loonkostenvoordelen voor deze werknemer wilt aanvragen. U vraagt voor de werknemer de loonkostenvoordelen aan die overeenkomen met de premiekortingen waarop u voor hem recht had in het laatste aangiftetijdvak van 2017.

UWV beoordeelt op basis van onder meer de polisadministratie voor welke werknemers de werkgever recht heeft op een loonkostenvoordeel.  

Wel of geen doelgroepverklaring

Voor werknemers die vallen onder de overgangsregeling, hebt u voor het aanvragen van het loonkostenvoordeel geen doelgroepverklaring nodig. Voor het toepassen van de premiekorting oudere werknemer in 2017 is wel een doelgroepverklaring nodig.

Onderzoek voor betere participatie van mensen met een visuele beperking in Nederland

De aanmelding is geopend. Wat heb je nodig voor participatie in onze samenleving, als je slechtziend of blind bent? Ervaar je hierdoor wel eens problemen op het werk, met je studie of in je vrije tijd? In september start ons landelijke onderzoek om belemmeringen, behoeften en gewenste oplossingen in kaart te brengen. Help mee en breng zoveel mogelijk ervaringen en ideeën in.

Het leven en de vragen van mensen die slechtziend of blind zijn, zijn leidend voor het werk van Bartiméus. Luisteren naar hoe ieder op een eigen wijze mee wilt doen in de maatschappij. In dat kader zoeken we mensen met een visuele beperking die bereid zijn om mee te praten over wensen rondom participatie. Het gaat in ons onderzoek om alle vormen van participatie: van het vergroten van zelfredzaamheid tot toegankelijkheid van de digitale wereld, openbare ruimte of de arbeidsmarkt.

Onderzoek 'Zien en gezien worden'

De uitvoering van het onderzoek 'Zien en gezien worden' start in september. Hiervoor komen we nu al graag in contact met zoveel mogelijk volwassenen vanaf 18 jaar die slechtziend of blind zijn. Ook ouderen worden uitgenodigd om mee te doen. Deelnemers ontvangen een digitale vragenlijst. Het onderzoek wordt uitgevoerd door het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (NIVEL) in opdrachtvan Bartiméus. De resultaten van het onderzoek worden te zijner tijd openbaar gemaakt.

Aanmelding

Aanmelden voor het onderzoek kan via de link: http://nivel.nl/zien. Op deze plek is ook meer informatie over het onderzoek beschikbaar

Meer informatie

Vragen over het onderzoek kunt u richten aan Henrieke Kappen (onderzoeker NIVEL), e-mail h.kappen@nivel.nl of bel 030 - 272 97 15.

Overheid krijgt quotum voor de banenafspraak

De werkgevers en de overheid hebben afgesproken om 125.000 banen te creëren voor mensen met beperkingen. In 2026 moet dit aantal extra banen zijn gerealiseerd. Jaarlijks wordt gemeten of er voldoende banen zijn bijgekomen. Voor de werkgevers is dit het geval. Met bijna 19.000 banen voldoen zij ruim aan de doelstelling voor 2016 van 14.000 banen. Bij de overheid zijn in 2016 echter veel te weinig banen bijgekomen voor mensen met beperkingen. In plaats van de vereiste 6.500 banen zijn bij de overheid maar 3.600 banen gerealiseerd. Daarom heeft Jetta Kleinsma besloten om de Quotumregeling voor de overheid in te stellen.

“Er is in de laatste jaren veel in gang gezet en hard gewerkt om de inclusieve arbeidsmarkt dichterbij te brengen. Hierdoor hebben veel mensen met een beperking een plek gevonden op de reguliere arbeidsmarkt. Bij werkgevers is een omslag in denken ontstaan. Dat is een mooi resultaat. Het is echter teleurstellend dat de overheid hierbij achterblijft”, zegt Klijnsma in een toelichting op deze resultaten”.

Door het instellen van deze quotumregeling wordt bepaald hoeveel banen elke overheidsinstelling moet creëren voor mensen met beperkingen. Voor elke ontbrekende baan krijgt deze organisatie een forse boete. In totaal kan dit oplopen tot een bedrag van 15 miljoen euro. Een forse stok achter de deur. Deze boeteregeling gaat nog niet direct in. Hiervoor moet een ministeriële regeling worden opgesteld en goedgekeurd in de Eerste en Tweede kamer.  In de tussentijd heeft de overheid de tijd om het aantal banen voor mensen met beperkingen te vergroten

Het is positief dat er zoveel banen voor mensen met beperkingen zijn bijgekomen. Bovendien zijn het aantal detacheringen in verhouding afgenomen ten opzichte van reguliere arbeidscontacten. Ook is positief dat steeds meer gemeenten werk maken van een warme overdracht van het VSO/PRO onderwijs naar begeleiding naar een baan.  Wel maakt de VGN zich zorgen dat juist instrumenten zoals jobcoaching en loonkostensubsidie door veel gemeenten om financiële redenen terughoudend wordt ingezet voor mensen met een lage verdiencapaciteit. Terwijl juist dit soort instrumenten voor hen essentieel zijn om een baan te vinden én te houden! Het uitsluiten van mensen met een lage verdiencapaciteit staat haaks op de doelstellingen van de Participatiewet. Hier ligt een kans voor de overheid om meer banen te creëren voor mensen met beperkingen en de Quotumregeling te vermijden.

Talent met visuele beperking klaar voor nieuwe baan

De arbeidsmarkt groeit maar mensen met een visuele beperking komen nog moeilijk aan de slag. Bij het arbeidsbemiddelingsbureau van Bartiméus (Werkpad) zijn goed opgeleide werkzoekenden supergemotiveerd om werkgevers te verrijken met hun talent.

Werkpad helpt de afstand overbruggen tussen enerzijds werkzoekenden die blind of slechtziend zijn en anderzijds werkgevers die ook de voordelen en kansen zien van deze gedreven professionals in hun team. Van werkgeverskant is het daarbij zo dat zij een prestatie-afspraak met de overheid hebben om mensen met afstand tot de arbeidsmarkt in dienst te nemen. 

Werkpad kan daarbij helpen. Maakt u bijvoorbeeld kennis met Rebecca, Gerald en Geeke. 

Rebecca (30): creatief communicatietalent die (online) media nog krachtiger en toegankelijker maakt

'Sinds ik blind ben geworden heb ik mij gespecialiseerd in het schrijven van fantasy verhalen. Na het inlezen componeer ik daar muziek bij. Ik kan teksten inspreken, manuscripten beoordelen en nog krachtiger maken. Daarnaast heb ik ervaring met het editten van geluidsbestanden. Ik maak hierbij gebruik van de software Adobe audition en audacity.' Regio: Utrecht e.o.

Gerald (56): leerkrachtondersteuner die graag jongeren begeleidt in creatieve vakken

'Ik ben zoek naar een parttime baan waar hij mensen kan begeleiden bij het maken van creatieve dingen. Ikheb de afgelopen 12 jaar als leerkrachtondersteuner creatieve vakken gewerkt in het speciale onderwijs, denk aan tekenen en handvaardigheid. Sinds dit schooljaar volg ik de studie Docent Beeldende Kunst en Vormgeving bij Artez in Zwolle. Regio: Zwolle e.o.

Geeke (25): zelfstandig werken geen probleem voor deze representatieve receptioniste/telefoniste

Geeke zoekt een leuke baan als receptioniste/telefoniste of administratief medewerker. 'Ik ben een harde werker en een doorzetter, die gemakkelijk contact maakt'. De ervaring heeft ze op zak. 'Als receptioniste weet ik hoe belangrijk het is om representatief, vriendelijk en communicatief vaardig te zijn.  Ik werk graag in een team waarbij zelfstandig werken ook geen probleem is.' Regio: Apeldoorn e.o.

Contact

Wilt u wel eens kennismaken met deze en andere talenten, of wat Werkpad voor u kan betekenen? www.werkpad.nl

 

Inclusief werkgeven biedt voordelen voor iedereen.

Inclusief werkgeven biedt voordelen voor iedereen

Inclusief werkgeven, een manier van werken waarbij niemand wordt buitengesloten, leidt, mits goed voorbereid en uitgevoerd, tot een betere werksfeer en gemotiveerde werknemers.

Deze werkwijze, waarbij je rekening houdt met ieders belastbaarheid en talent, is een uitstekend voorbeeld van maatschappelijk verantwoord ondernemen. “Inclusief werkgeven biedt voordelen voor alle betrokkenen”, stelt prof. dr. Fred Zijlstra, hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie aan Universiteit Maastricht.  “De vaak hoogopgeleide medewerkers worden ontlast.

Dat voorkomt dat zij kort- of vaak zelfs langdurig uitvallen ten gevolge van een te hoge werkdruk. Het verkleinen van de kans op uitval heeft weer grote voordelen voor de werkgever. De kandidaten met een afstand tot de arbeidsmarkt kunnen instromen in de bedrijven.

Dat zij een bijdrage kunnen leveren aan de maatschappij en daarvoor gewaardeerd worden, heeft op hun zelfbeeld, welzijn en gezondheid een positief effect. Al die voordelen zijn vastgesteld en toch aarzelen veel werkgevers om ook die stap te zetten.”

Investeren in medewerkers

Het vraagt ook wel enige voorbereiding om werkzaamheden zo te verdelen dat volwaardige functies ontstaan. “Je moet zorgvuldig kijken naar de verschillende taken die iemand heeft”, verklaart dr. Gemma van Ruitenbeek, onderzoeker binnen de vakgroep arbeids- en organisatiepsychologie.

“Daarna beoordeel je welke taken iemand anders zou kunnen uitvoeren. Op die manier verminder je de werkdruk van de een en creëer je werk voor de ander. Het gaat echt om maatwerk voor de organisatie en de betrokken medewerkers. En maatwerk vergt een investering.”

Duurzaam ondernemen

Die investering is het volgens Zijlstra absoluut waard. “De arbeidsmarkt staat onder druk. Als je werk beter kunt verdelen tussen hoogopgeleide professionals en mensen die in de praktijk met een beetje coaching uitstekend kunnen functioneren maar wellicht niet zo hoog opgeleid zijn, dan is iedereen daarbij gebaat.

Het is een schoolvoorbeeld van goed werkgeverschap en duurzaam ondernemen. Wij als ondernemers en als maatschappij kunnen ons simpelweg niet veroorloven om nu en in de toekomst mensen buiten te sluiten.”

Kwetsbaarheden en talenten

Dat is nu nog wel vaak het geval. “Mensen met een verminderde belastbaarheid, een geestelijke of een lichamelijke beperking staan vaak nog aan de rand van de maatschappij”, vindt Van Ruitenbeek. “Daardoor ervaren mensen zonder beperking te weinig dat mensen met een beperking ook waardevol zijn.

Dat is jammer want in de praktijk ervaart menig werkgever wel degelijk dat iedereen een bijdrage kan leveren. Iedereen heeft namelijk specifieke kwetsbaarheden maar ook specifieke talenten. Het is de kunst mensen zo in te zetten dat de talenten van de een worden gebruikt om de kwetsbaarheden van de ander te ontzien.”

Inclusieve maatschappij

Om de situatie binnen bedrijven te veranderen, is ook een verandering nodig van de maatschappij. “Je moet elkaar, liefst op zo jong mogelijke leeftijd, leren kennen en leren begrijpen”, legt Zijlstra uit. “Kinderen met en zonder beperking zouden al van jongs af aan met elkaar moeten optrekken.”

Dat zou gepaard kunnen gaan met de inzet van mensen met een beperking in het basisonderwijs. “Leraren hebben de afgelopen jaren steeds meer taken gekregen en moeten steeds grotere klassen begeleiden”, stelt Van Ruitenbeek. “Hun werkdruk is gevaarlijk hoog.

Wat is er logischer dan dat zij bepaalde taken overdragen aan assistenten die op die manier ook kunnen deelnemen aan de maatschappij. Dat is bovendien ook een teken aan de leerlingen dat wij er allemaal toe doen. Het gaat niet alleen om inclusief werkgeven. Het draait uiteindelijk om een inclusieve maatschappij.”