Op 19 mei 2011 stuurde Boaborea onderstaande brief naar de vaste kamercommissie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid als inbreng voor het algemene overleg op 25 mei. Klik hier om de complete brief te donwloaden.
Geachte heer, mevrouw,
Op 25 mei a.s. spreekt u over de hoofdlijnennotitie Werken naar Vermogen. Wij vinden het uitgangspunt om de Wajong, WSW en WWB te bundelen een logische keuze. Wel maken wij ons zorgen over de omvang van de bezuinigingen die ons inziens daadwerkelijk ‘werken naar vermogen’ geen kans zullen geven. Daarnaast zien wij een aantal belangrijke knelpunten als het gaat om de praktische uitvoering van de nieuwe wet. Met het oog daarop
willen wij graag de volgende punten onder uw aandacht brengen als mogelijke input voor het debat.
Uitvoering door gemeenten via arbeidsmarktregio's
De WWNV wordt uitgevoerd door individuele gemeenten. Boaborea pleit voor uitvoering op het niveau van de arbeidsmarktregio (ongeveer 30 in Nederland). Werkgevers kunnen en willen geen afspraken maken met 418 individuele gemeenten of zo’n 250 samenwerkingsverbanden met ieder hun eigen beleidsregels. De arbeidsmarkt kent ook per regio zijn eigen dynamiek, hetgeen pleit voor afspraken op dat niveau. Daarnaast is het mogelijk om schaalvoordelen te realiseren als wordt gekozen voor uitvoering op het niveau van de arbeidsmarktregio. In de hoofdlijnennotitie wordt gesproken over het belang van de werkgeversbenadering zonder daar een concrete uitwerking aan te geven, terwijl dit een van de allerbelangrijkste punten is die van invloed zijn op de bereidheid van werkgevers mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst te nemen.
Gelijk speelveld voor alle dienstverleners
In de hoofdlijnennotitie worden de uitgangspunten bij re-integratieondersteuning genoemd: selectieve toepassing, vraaggericht, transparantie en effectiviteit. Deze uitgangspunten sluiten aan op het eerdere pleidooi van Boaborea voor een selectieve, resultaatgerichte transparante inzet van middelen. De crux zit echter wel in de uitwerking.
Wat betreft de eis dat er sprake moet zijn van transparantie is onduidelijk of dat voor de hele re-integratiemarkt (publiek en privaat) geldt of alleen voor de private partijen. Boaborea pleit nadrukkelijk voor een gelijk speelveld voor alle dienstverleners, of het nu gaat om private dienstverleners, de sociale werkvoorziening, aan publieke organisaties gelieerde dienstverleners, gemeenten of UWV. Alleen zo kan een opdrachtgever een goed afgewogen keuze maken bij zijn inkoop en verantwoorden dat de inzet van publieke middelen op de meest effectieve en efficiënte wijze gebeurt. Afwegingen als het behoud van formatie of het oplossen van financiële problemen zouden géén rol kunnen en mogen spelen bij de keuze voor een dienstverlener. Kortom, alleen een goede en transparante verhouding tussen prijs en kwaliteit moet doorslaggevend zijn voor opdrachtverstrekking.
Eén ongedeeld re-integratiebudget
Het principe van één ongedeeld re-integratiebudget is een logische keuze. Onze zorg is echter dat, om de problemen in de sociale werkvoorziening op te lossen, alle beschikbare middelen nodig zijn en er niets ‘overblijft’ voor de ondersteuning van Wajongers en mensen in de bijstand. Door het extra herstructureringsbudget en door de afspraak dat gemeenten er voor moeten zorgen dat de doelgroepen in vergelijkbare mate aan bod komen, lijkt aan deze zorg in de hoofdlijnennotitie enigszins tegemoet te worden gekomen. Maar onze zorg is daarmee niet verdwenen, want het herstructureringsbudget mag niet gebruikt worden voor exploitatietekorten van de sociale werkvoorziening. En op welke wijze gemeenten invulling gaan geven aan de eis dat ze alle doelgroepen naar werk willen bemiddelen, is nog niet helder. Boaborea pleit voor duidelijke targets op het aan bod komen van alle groepen en transparante en eenduidige verantwoording daarover door gemeenten.
Ondersteuning met beperkt budget
Ondersteuning en/of begeleiding is beschikbaar voor wie dat nodig heeft, zo stelt de hoofdlijnennotitie. Maar de gemeente mag beslissen over de noodzaak, vorm en inhoud daarvan. De budgetten die beschikbaar zijn, zijn ons inziens volstrekt onvoldoende om de mensen die kunnen werken naar vermogen daadwerkelijk te helpen om werk te verkrijgen en duurzaam te behouden. Het gaat om een halvering van het budget! Scholing wordt in de
hoofdlijnennotitie helemaal niet genoemd, maar is wel van cruciaal belang bij het oplossen van de mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Daarnaast is de vraag op welke wijze gemeenten gaan bepalen of en hoeveel iemand ondersteuning en/of begeleiding nodig heeft. Als iedere gemeente dat zelf bepaalt, bestaat kans op ongelijkheid voor de burger op het krijgen van de nodige begeleiding naar werk.
Keuring en indicatiestelling
Keuring en indicatiestelling zal door UWV worden uitgevoerd voor Wajong en WSW. Dat is, volgens ons, een verstandige keuze. In de hoofdlijnennotitie wordt gesteld dat loonwaardebepaling door een onafhankelijke derde moet worden uitgevoerd met een erkende methode. Dat is een goed uitgangspunt, maar ook hier is de uitwerking van belang: welke partij is de onafhankelijke derde is en welke methode of methodes voor loonwaardebepaling worden gekozen. Boaborea blijft het belang benadrukken van een goede overdracht van expertise over arbeidsbeperkingen van UWV naar gemeenten en de borging van die expertise.
Grote zorgen over voorziening jobcoaching
Tot slot willen we u deelgenoot maken van onze zorgen over de voorziening jobcoaching. De afgelopen jaren is het budget voor jobcoaching sterk gestegen, vooral omdat er veel meer mensen gebruik van maken. Er zijn in de afgelopen jaren dan ook veel meer Wajongers aan het werk gegaan. Werkgevers zijn meer en meer bereid om Wajongers in dienst te nemen. Zij verwachten daar dan wel ondersteuning bij. Jobcoaching is één van die
gewenste voorzieningen.
Het ministerie van SZW maakt zich zorgen over het stijgen van het totale budget. Het UWV zal daarom per 1 juli a.s. een aantal wijzigingen in de uitvoering doorvoeren. Het aantal uren begeleiding wordt verminderd en de termijn wordt beperkt tot 3 jaar. Voor veel Wajongers is een maximale termijn geen probleem, maar er is ook een redelijk grote groep (onze schatting: tussen 15 en 30%) die ook na 3 jaar jobcoaching nodig heeft om de baan te behouden. Er is in die gevallen sprake van zodanige problematiek dat deze niet door de werkgever zelf kan worden opgelost, terwijl deze mensen wel een goede bijdrage leveren voor de werkgever en op een zinvolle manier (deels) in hun eigen inkomen voorzien. Zij werken ‘naar vermogen’. Wij vrezen dat de beëindiging van de jobcoaching na 3 jaar voor een aanzienlijk deel van deze mensen zal leiden tot het verlies van de baan. Uit de enquête die wij onder werkgevers met werknemers met jobcoaching hebben uitgezet blijkt dat meer dan 50% geen andere mogelijkheid ziet de Wajonger na 3 jaar te ontslaan. Hetgeen betekent dat zij weer volledig afhankelijk worden van een uitkering, terwijl de kosten van de jobcoaching vaak opwegen tegen de bespaarde uitkering. Zie de bijlage voor een rekenvoorbeeld.
Wij verzoeken u dan ook het Ministerie te vragen om de mogelijkheden om jobcoaching na 3 jaar voort te zetten, te handhaven in de regeling jobcoachprotocol van het UWV. En de begeleidingsuren voor mensen met kleine contracten (12 tot 20 uur) niet sterk te verminderen. Onherroepelijk baanverlies voor een aanzienlijke groep moet, naar onze mening, worden voorkomen.
Wij zijn graag tot nadere toelichting bereid.
Met vriendelijke groet,
Dr. Kick van der Pol
Voorzitter